Op 14 juli 2020 werd verdachte verdacht van diefstal met geweld en het bezit van een vuurwapen in Amsterdam. Tijdens de zittingen op 22 oktober 2021 en 4 mei 2023 werd het bewijs besproken, waaronder DNA-sporen en getuigenverklaringen.
De officier van justitie en de verdediging waren het eens over de vrijspraak, waarbij de verdediging stelde dat het DNA-materiaal niet betrouwbaar was en de herkenning van verdachte door de benadeelde partij onbetrouwbaar was. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was om de betrokkenheid van verdachte vast te stellen.
De rechtbank besloot verdachte vrij te spreken, verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en gelastte de teruggave van in beslag genomen telefoons. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard, en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.