Op 11 juli 2022 heeft verdachte in een park te Amsterdam geprobeerd het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door haar meerdere malen met een dichte vuist krachtig in het gezicht te slaan. Het slachtoffer liep hierbij letsel op in de vorm van een bloeduitstorting en oppervlakkige huidbeschadigingen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte minstens negen keer met volle kracht op het hoofd van het slachtoffer sloeg, wat een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel opleverde. Ondanks dat het letsel relatief meeviel, werd de poging tot zware mishandeling bewezen verklaard omdat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op zwaar letsel aanvaardde.
De rechtbank hield rekening met het feit dat de aanleiding futiel was en dat verdachte eerder geweldsdelicten had gepleegd. Psychiatrisch onderzoek toonde een ernstige stoornis in het gebruik van cocaïne en heroïne, maar kon geen advies geven over toerekenbaarheid. De straf werd vastgesteld op 5 maanden gevangenisstraf, geheel onvoorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding, waarvan alleen de immateriële schade van €500 werd toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de materiële schade. De rechtbank legde een schadevergoedingsmaatregel op met een gijzelingstermijn van maximaal tien dagen bij niet-betaling.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven omdat de opgelegde straf lager was dan de duur van het voorarrest. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 16 mei 2023.