ECLI:NL:RBAMS:2023:2994
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen invoering betaald parkeren wegens ontbreken spoedeisend belang
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 11 mei 2023 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker bezwaar maakte tegen de invoering van betaald parkeren in een specifiek gebied. Verzoeker stelde dat het besluit in strijd was met artikel 3:40 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat sprake was van détournement de pouvoir omdat het besluit vooral was genomen vanuit een financieel motief.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen als er sprake is van onverwijlde spoed. Verzoeker kon een parkeervergunning aanvragen voor € 40,- per jaar en had niet aannemelijk gemaakt dat hij in acute financiële nood verkeerde of dat hij deze kosten niet kon betalen. Tevens werd opgemerkt dat als verzoeker in bezwaar of beroep gelijk krijgt, het betaalde bedrag kan worden teruggevorderd.
Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is bindend, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de invoering van betaald parkeren wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.