ECLI:NL:RBAMS:2023:2992
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing urgentieverklaring ruggensteunregeling statushouder na onterechte afwijzing gemeente
Verzoeker, een statushouder met een tijdelijk huurcontract van vijf jaar, vroeg een urgentieverklaring aan voor de ruggensteunregeling nadat hij zijn huurcontract voortijdig had opgezegd vanwege depressieve klachten en tijdelijk in het buitenland verbleef.
De gemeente wees de aanvraag af omdat zij vond dat verzoeker verwijtbaar had gehandeld door het contract voortijdig te beëindigen, waardoor hij niet in aanmerking kwam voor de regeling. Verzoeker stelde dat zijn huisvestingsprobleem niet door verwijtbaar handelen was ontstaan, maar door het aflopen van het tijdelijke contract.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente onterecht de aanvraag had afgewezen. De beëindiging van het huurcontract was niet verwijtbaar, mede omdat de tijdelijke huurovereenkomst sowieso zou eindigen en verzoeker geen alternatieve woonruimte had. Ook was geen contra-indicatie aanwezig ondanks het gebruik van maatschappelijke opvang.
De rechter vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en besloot dat verzoeker wordt toegelaten tot de ruggensteunregeling. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de ruggensteunregeling en het bestreden besluit wordt vernietigd.