Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:2968

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 mei 2023
Publicatiedatum
10 mei 2023
Zaaknummer
AMS 22/4507
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van Wmo 2015

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar aanvraag voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) af te wijzen. Het college wees de aanvraag af op basis van een advies van het Indicatie Advies Bureau (IAB), dat stelde dat er geen medische noodzaak is voor een gesloten buitenwagen en dat een persoonsgebonden budget voor een scootmobiel en aanvullend openbaar vervoer (AOV) volstaan.

Eiseres stelde dat vanwege haar medische situatie, waaronder een chronische longontsteking en andere klachten, het gebruik van een scootmobiel in de winter niet mogelijk is en dat het AOV te belastend is, waardoor zij niet uitgerust bij haar behandelingen aankomt. De rechtbank oordeelde echter dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd. Het IAB had de medische situatie zorgvuldig onderzocht en geen aanwijzingen gevonden dat het gebruik van AOV of scootmobiel onwenselijk is.

De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De rechtbank wees erop dat eiseres bij een nieuwe aanvraag met een medische verklaring van haar behandelaar mogelijk een verkorte procedure kan krijgen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/4507

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. N. Velthorst),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

(gemachtigde: mr. J.C. Smit).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
2. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 15 februari 2022 afgewezen, onder verwijzing naar een advies van het Indicatie Advies Bureau (IAB). Met het bestreden besluit van 15 augustus 2022 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag van een gesloten buitenwagen gebleven, maar heeft het college wel een persoonsgebonden budget voor een scootmobiel toegekend. Ook hier ligt een IAB-advies aan ten grondslag. Hierin staat dat er geen medische redenen zijn waardoor alleen een gesloten buitenwagen een adequate voorziening zou zijn. Eiser kan gebruik maken van een goedkopere adequate voorziening, namelijk het aanvullend openbaar vervoer (AOV) plus eventueel in combinatie met een scootmobiel.
3. Eiseres is vervolgens in beroep gegaan. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 28 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
7. Eiseres betoogt dat aan haar wel een gesloten buitenwagen moet worden toegekend. Het AOV in combinatie met een scootmobiel is namelijk geen adequate voorziening, gelet op haar medische situatie. Zij heeft meerdere klachten en beperkingen. Zo heeft zij een chronische longontsteking, waardoor het gebruik van een scootmobiel in de winter niet mogelijk is. Het zelf moeten regelen van AOV is bovendien te belastend voor eiseres. Daardoor komt zij niet uitgerust bij haar behandelingen aan, terwijl dat voor een geslaagde behandeling noodzakelijk is. Tot slot past het lange wachten op het AOV niet in haar dagplanning.
8. Deze beroepsgrond slaagt niet. De artsen van het IAB hebben de medische situatie van eiseres uitgevraagd, de door haar overgelegde informatie bestudeerd en eiseres onderzocht. Noch uit de ontvangen informatie, noch uit het eigen onderzoek is gebleken dat het voor eiseres’ gezondheid onwenselijk is dat zij zich per AOV of scootmobiel verplaatst. Eiseres heeft gesteld dat zij vanwege een chronische longontsteking geen scootmobiel in de winter kan gebruiken, maar dit is niet onderbouwd. Ook is niet onderbouwd dat gebruik van het AOV haar behandelingen frustreert of dat het niet in haar dagplanning zou passen. Eiseres heeft op de zitting aangeboden om haar nieuwe behandelaar om een verklaring hierover te vragen, maar de rechtbank zal de zaak hiervoor niet aanhouden. Eiseres kan zo’n verklaring bij een nieuwe aanvraag overleggen. De gemachtigde van het college heeft gezegd dat er dan mogelijk een verkorte procedure opgestart kan worden. De rechtbank komt tot de conclusie dat het IAB-advies voldoende zorgvuldig is en oordeelt dat voldoende is onderbouwd dat er geen medische noodzaak is om een gesloten buitenwagen toe te kennen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.F. Ferdinandusse, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.