Uitspraak
,
1.Procesverloop
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 april 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten behoeve van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Betrokkene had een zelfbindingsverklaring die voorschrijft wanneer verplichte zorg kan worden toegepast, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet toereikend was om ernstig nadeel te voorkomen.
De advocaat van betrokkene stelde dat de voorwaarden voor verplichte zorg volgens de zelfbindingsverklaring niet waren vervuld en dat betrokkene sinds 31 maart 2023 medicatie onder toezicht gebruikt met verbetering. De psychiater gaf aan dat betrokkene geen ziektebesef heeft, zich verzet tegen medicatie en het FACT-team, en dat zonder zorgmachtiging het ernstig nadeel zal toenemen.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel lijdt door haar psychische stoornis, waaronder ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en betrokkene medicatie onder toezicht verzet, achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie, waarbij bewegingsvrijheid en opname maximaal zes weken per keer worden beperkt.
De rechtbank vond de verplichte zorg proportioneel, evenredig en verwachtte dat deze effectief zal zijn. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beschikking is op 14 april 2023 uitgesproken en tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen wegens ernstig nadeel door schizofrenie.