ECLI:NL:RBAMS:2023:294
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herroeping echtscheidingsbeschikking en nevenvoorzieningen
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben samen een minderjarig kind. De echtscheiding is uitgesproken met bekrachtiging van het ouderschapsplan en toekenning van het huurrecht van de voormalige echtelijke woning aan de vrouw. De man verzocht de herroeping van de echtscheidingsbeschikking ten aanzien van nevenvoorzieningen, waaronder het huurrecht, schuldenverdeling, inboedel en omgangsregeling.
De man stelde dat de vrouw hem had bedrogen door zonder zijn toestemming de echtscheiding in te dienen en dat hij niet op de hoogte was van de inhoud van de stukken, waaronder het ontbreken van een zorgregeling en de draagplicht voor schulden. De vrouw betwistte dit en stelde dat partijen samen de nevenvoorzieningen hadden besproken en goedgekeurd.
De rechtbank oordeelde dat het bedrog niet was bewezen. De man had aanvankelijk gesteld dat zijn handtekening was vervalst, maar verklaarde later zelf te hebben getekend. Diverse communicatie, waaronder WhatsApp-berichten en e-mails, toonden aan dat de man op de hoogte was van de echtscheiding en de inhoud van de stukken. Het verzoek tot herroeping werd daarom afgewezen.
De rechtbank ging niet inhoudelijk in op de nevenvoorzieningen en het zelfstandige verzoek van de vrouw, omdat het herroepingsverzoek was afgewezen. Het verzoek tot wijziging van de beschikking met betrekking tot een zorgregeling werd eveneens afgewezen wegens te late indiening en gebrek aan informatie.
De beschikking van 8 december 2021 blijft van kracht, inclusief de toekenning van het huurrecht aan de vrouw. De voorlopige voorziening uit de kort geding procedure komt hiermee te vervallen, waardoor de vrouw haar rechten ten aanzien van de woning kan uitoefenen.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van de echtscheidingsbeschikking en wijziging van nevenvoorzieningen is afgewezen; de beschikking van 8 december 2021 blijft van kracht.