Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.De waardering van het bewijs
4.De bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten en verdachte
6.De motivering van de straf
7.Het beslag
8.Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen
9.De toepasselijke wettelijke voorschriften
10.De beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
24 (vierentwintig) maanden.
[slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 652,46(zeshonderdtweeënvijftig euro en zesenveertig cent) aan vergoeding van materiële schade
en € 4.000,-(vierduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 december 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening.
het overige(
ten aanzien van de kleding kosten) af.
voor het overige (ten aanzien van de tandheelkundige kosten en de immateriële schadevergoeding) niet-ontvankelijkin zijn vordering is.
tot op heden begroot op € 6,75(zes euro en vijfenzeventig cent).
[slachtoffer 1]aan de Staat
€ 4.652,46(vierduizendzeshonderdtweeënvijftig euro en zesenveertig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 december 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 56 (zesenvijftig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 315,44(driehonderdvijftien euro en vierenveertig cent) aan vergoeding van materiële schade
en € 2.500,-(tweeduizendvijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 december 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening.
het overige(
ten aanzien van de kleding kosten) af.
voor het overige (ten aanzien van het contante geldbedrag) nietontvankelijkin zijn vordering is.
[slachtoffer 2]aan de Staat
€ 2.815,44(tweeduizend achthonderdvijftien euro en vierenveertig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 december 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 38 (achtendertig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.