ECLI:NL:RBAMS:2023:260
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak handel in cocaïne en heroïne; dagvaarding nietig voor deelname criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie en handel in verdovende middelen op 9 en 10 mei 2017. De dagvaarding werd nietig verklaard voor het eerste ten laste gelegde feit wegens onduidelijkheid en onvoldoende specificatie, waardoor effectieve verdediging niet mogelijk was.
Voor het tweede ten laste gelegde feit, de handel in cocaïne en heroïne op twee dagen in mei 2017, oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om verdachte daarvoor verantwoordelijk te houden. Hoewel een vingerafdruk van verdachte werd gevonden op een tas met cocaïne, ontbrak het bewijs dat verdachte betrokken was bij het vervoer of bezit van de drugs in de woning of het portiek.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het tweede feit en wees de gevangenneming af. De zaak werd gesplitst en de rechtbank wees gelijktijdig vonnis in gerelateerde zaken tegen medeverdachten. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke en specifieke tenlastelegging en voldoende bewijs voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van handel in cocaïne en heroïne; dagvaarding nietig verklaard voor deelname aan criminele organisatie.