ECLI:NL:RBAMS:2023:2591
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten raadsman na sepot wegens overtreding Opiumwet
Verzoeker is op 4 mei 2021 aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet en op 5 mei 2021 heengezonden. De officier van justitie besloot op 27 december 2021 tot niet-vervolging, een beslissing die onherroepelijk werd. Verzoeker diende op 1 september 2022 een verzoek in tot vergoeding van kosten raadsman en kosten van het verzoekschrift.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker ontvankelijk is omdat hij pas op 19 augustus 2022 op de hoogte raakte van het sepot. De rechtbank kent een vergoeding toe van €1.603,25 voor de kosten van de raadsman en €680,- voor het verzoekschrift. De vergoeding wordt verrekend met een openstaande geldboete van €420,38 die verzoeker nog aan de Staat moet betalen.
De rechtbank beveelt de uitbetaling van €1.862,87 aan verzoeker en de betaling van €420,38 aan het CJIB. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel de officier van justitie als verzoeker binnen de wettelijke termijnen.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt een vergoeding van €1.862,87 na verrekening met een openstaande boete van €420,38.