Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker],
Feiten
Procedure
Verzoek
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
- inverzekeringstelling: 4 mei 2021
- datum heenzending: 5 mei 2021
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker werd op 4 mei 2021 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van overtreding van de Opiumwet, maar werd op 5 mei 2021 heengezonden. De officier van justitie besloot op 27 december 2021 tot niet-vervolging, een beslissing die onherroepelijk werd. Verzoeker diende op 1 september 2022 een verzoek in op grond van artikel 533 Sv Pro tot vergoeding van schade door de ondergane verzekering, ter hoogte van €260.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig en ontvankelijk was, mede omdat verzoeker pas op 19 augustus 2022 telefonisch op de hoogte werd gesteld van het sepot. De rechtbank stelde dat vergoeding van schade wegens onterechte inverzekeringstelling mogelijk is indien billijkheid dit vereist. Verzoeker had twee dagen in verzekering gezeten, waarvoor de gebruikelijke vergoeding van €130 per dag werd toegekend.
De rechtbank kende derhalve een vergoeding van €260 toe aan verzoeker, te betalen door de Staat. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel de officier van justitie als verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een schadevergoeding van €260 toe wegens onterechte inverzekeringstelling.