ECLI:NL:RBAMS:2023:2588
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten raadsman na onvoorwaardelijk sepot aan verdachte aanranding
Verzoeker, verdachte in een strafzaak wegens aanranding, werd op 2 maart 2021 aangehouden en dezelfde dag gehoord. De zaak werd op 14 maart 2022 onvoorwaardelijk geseponeerd door het Openbaar Ministerie. Verzoeker diende binnen drie maanden een verzoek in tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand en de behandeling van het verzoekschrift op grond van artikel 530 en Pro 533 Sv.
De rechtbank heeft het verzoek op 8 februari 2023 behandeld. Het Openbaar Ministerie verzette zich niet langer tegen het verzoek. De rechtbank oordeelde dat het onvoorwaardelijk sepot een einde van de zaak vormt en dat het verzoek tijdig is ingediend. Gezien alle omstandigheden waren er gronden van billijkheid om de gevraagde vergoeding toe te kennen.
De rechtbank kende een vergoeding van € 9.941,66 toe voor de kosten van de raadsman, gebaseerd op een overgelegde urenspecificatie en declaratie, en een standaardvergoeding van € 680,- voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. De beschikking werd openbaar uitgesproken en de tenuitvoerlegging bevolen.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een vergoeding toe van € 9.941,66 voor kosten raadsman en € 680,- voor de behandeling van het verzoek.