Partijen zijn gehuwd sinds 1994 en hebben samen een jongmeerderjarig gehandicapt kind dat in de echtelijke woning woont. De vrouw verzorgt het kind en ontvangt een WMO-uitkering daarvoor. De vrouw verzoekt de rechtbank om haar het tijdelijk gebruik van de woning toe te wijzen en partneralimentatie toe te kennen. De man verzet zich en verzoekt het gebruik aan hem toe te wijzen.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege de situatie van het gehandicapte kind en de spanningen tussen partijen in de woning. Het belang van de vrouw weegt zwaarder omdat zij de voornaamste verzorger is en het kind met haar wil blijven wonen in de vertrouwde omgeving. De man krijgt een termijn tot 1 juni 2023 om een andere woonruimte te zoeken.
Ten aanzien van partneralimentatie wordt de behoefte van de vrouw vastgesteld op €1.502 netto per maand, verminderd met haar eigen inkomen van €835 netto, wat een aanvullende behoefte van €667 netto oplevert. De draagkracht van de man wordt berekend op slechts €20 bruto per maand, waarvoor de rechtbank hem veroordeelt tot betaling van dit bedrag. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.