Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:2518

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
21 april 2023
Zaaknummer
C/13/673696 / FA RK 19-6292
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing omgangsverzoek vader met minderjarige dochter en ontzegging omgang afgewezen

De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de vader om een zorgregeling vast te stellen waarbij zijn minderjarige dochter om de veertien dagen een weekend bij hem verblijft en de helft van de vakanties en feestdagen. De moeder verzocht de omgang te ontzeggen. De rechtbank nam kennis van rapportages van de bijzonder curator en communicatie van partijen, alsmede van het feit dat de dochter in een gesprek met de kinderrechter had aangegeven geen contact met haar vader te willen.

De bijzonder curator rapporteerde dat partijen nog niet in staat zijn om gezamenlijk te communiceren over het welzijn van de dochter en dat de dochter niet tegen haar wens in omgang met de vader heeft, ook niet onder begeleiding. Pogingen tot systeemtherapie via het Centrum voor Relationele Therapie van Arkin leidden niet tot verbetering van de communicatie.

De rechtbank oordeelde dat de verzoeken van de vader moeten worden afgewezen omdat de dochter zich heftig verzet tegen contact. Het verzoek van de moeder om omgang te ontzeggen werd evenwel ook afgewezen, omdat het ontbreken van omgang op dit moment niet betekent dat omgang in strijd is met het belang van de dochter. De rechtbank benadrukte dat de deur naar omgang open blijft voor het geval de dochter van gedachten verandert.

De vader heeft aangegeven zich neer te leggen bij de wens van de dochter geen contact te hebben, en de rechtbank acht het van belang dat hij zich hieraan houdt om druk op de dochter te voorkomen. De beschikking werd op 26 april 2023 uitgesproken door kinderrechter E.M. Devis.

Uitkomst: Verzoek vader om omgang met minderjarige dochter wordt afgewezen, verzoek moeder tot ontzegging omgang eveneens afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/673696 / FA RK 19-6292 (ED/SM)
Beschikking van 26 april 2023
in de zaak van:
[de man] ,
wonende te Leidschendam,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. W.G. Nieman te Leiden,
tegen
[de vrouw],
wonende op een geheim adres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. I.R. Feddema te Amsterdam.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.

1.De procedure

1.1.
Bij beschikking van 6 april 2022 heeft deze rechtbank:
- partijen opgedragen om zich binnen twee weken na de afgifte van deze beschikking door middel van een doorverwijzing van het OKT aan te melden bij het Centrum voor Relationele Therapie van Arkin, waar door de hulpverlening met partijen moeten worden bekeken of systeemtherapie voor partijen, als ouders van [minderjarige] , wenselijk is en dienen partijen begeleid te worden ten aanzien van de vraag;
- ‘Op welke wijze kunnen partijen [minderjarige] het gevoel geven dat zij daadwerkelijk door hen gehoord wordt?’;
- partijen opgedragen om de rechtbank uiterlijk tien dagen vóór de pro forma datum van 4 juli 2022 te berichten hoe de hulpverlening bij het Centrum voor Relationele Therapie van Arkin is verlopen;
- mevrouw drs. B.H.M. Vosbergen, kantoorhoudende op Gerrit van der Veenstraat 100, 1077 EL, te Amsterdam, benoemt tot bijzonder curator over [minderjarige] ;
- de bijzondere curator opgedragen om contact te houden met de minderjarige, haar belangen te behartigen en de rechtbank, partijen en de Raad uiterlijk tien werkdagen vóór de pro forma datum van 4 juli 2022 te rapporteren over de minderjarige, waarbij de volgende vragen dienen te worden betrokken:
- Wat heeft [minderjarige] nodig om een neutraler beeld te kunnen ontwikkelen van de man?
- Wil [minderjarige] in deze zaak door de rechter in een kindgesprek worden gehoord?
- de griffie opgedragen om de beschikking en een kopie van de processtukken aan de bijzondere curator te zenden;
- partijen, de Raad en de bijzonder curator opgedragen om binnen vier weken na heden opgave te doen van hun verhinderdata voor de maanden juli, augustus en september 2022, zodat er na deze opgave een nieuwe mondelinge behandeling kan worden ingepland;
- het meer of anders verzochte aangehouden.
De inhoud van deze beschikking wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
1.2.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de na de beschikking van 6 april 2022 ingekomen stukken, waaronder – voor zover hier nog van belang –;
- de rapportage van de bijzonder curator, ingekomen op 13 januari 2023;
- de email van de bijzonder curator van 26 juni 2022;
- het F4-formulier van de zijde van de man van 1 juli 2022;
- het F4-formulier van de zijde van de man van 2 oktober 2022;
- het F4-formulier van de zijde van de man van 6 januari 2023;
- het F4-formulier van de zijde van de man van 6 maart 2023;
- het F9-formulier van de zijde van de man van 20 maart 2023;
- het F9-formulier van de zijde van de man van 21 maart 2023.
1.3.
De zaak is pro forma behandeld op 4 juli 2022, 3 oktober 2022, 9 januari 2023, 6 maart 2023, 20 maart 2023, 3 april 2023 en 17 april 2023. Op de laatste pro forma behandeling is bepaald dat er een eindbeschikking zal worden gewezen op 26 april 2023.
1.4.
[minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken. Zij heeft op 12 april 2023 met de kinderrechter gesproken. Tijdens dit gesprek heeft zij aangegeven geen contact met de man te willen.

2.De beoordeling

Verzoek en verweer
2.1.
De rechtbank dient nog een beslissing te nemen ten aanzien van de verzoeken van de man om de beschikking van deze rechtbank van 11 oktober 2017 te wijzigen en een zorgregeling vast te stellen waarbij;
- [minderjarige] eenmaal per veertien dagen een weekend van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de man verblijft, waarbij vrouw [minderjarige] brengt naar zijn huisadres in Leidschendam en de man [minderjarige] weer terugbrengt naar de vrouw op zondagmiddag naar een in onderling overleg vast te stellen locatie halverwege Leidschendam en Amstelveen;
- [minderjarige] – na een gewenningsperiode – de helft van de vakanties en (christelijke) feestdagen bij de man verblijft.
2.2.
De vrouw heeft eerder verweer gevoerd tegen het verzoek van de man en heeft de rechtbank bij zelfstandig verzoek verzocht aan de man het contact met [minderjarige] te ontzeggen.
Bijzonder curator
2.3.
De bijzonder curator heeft de rechtbank in haar rapportage bericht dat zij in het gesprek met partijen uitvoerig is ingegaan op de mogelijkheden voor [minderjarige] om haar te laten ervaren dat haar ouders met elkaar communiceren voor haar welzijn en in haar beste belang. Gebleken is echter dat partijen er nu nog niet aan toe zijn om met elkaar te spreken over het welzijn van [minderjarige] en een duurzaam toekomstperspectief voor haar. De bijzonder curator is het met partijen eens dat [minderjarige] niet tegen haar wens in omgang met de man heeft. Ook niet wanneer [minderjarige] door de vrouw of een derde zou worden begeleid. De vrouw zegt [minderjarige] aan te moedigen in het vormen van een neutraler beeld van de man. Wellicht kan zij daarbij in de toekomst nog eens in het bijzonder aandacht geven aan het incident tijdens het bowlen. Een andere mogelijkheid is wellicht dat de families van partijen, die verwant zijn aan elkaar, naar mogelijkheden zoeken om de tot nu toe onoverbrugbaar gebleken kwesties te benaderen en de verstarde houdingen te verzachten.
Centrum voor Relationele Therapie van Arkin
2.4.
Uit de door de rechtbank van partijen ontvangen berichten kan worden afgeleid dat partijen zich na de laatste mondelinge behandeling hebben aangemeld bij het OKT voor een doorverwijzing bij het Centrum voor Relationele Therapie van Arkin. Vervolgens is echter niet meer bericht door partijen of er daadwerkelijk systeemtherapie is opgestart. Uit de conclusies van de bijzonder curator en de uiteindelijke berichtgeving van partijen aan de rechtbank, maakt de rechtbank echter op dat deze, al dan niet, opgestarte systeemtherapie niet heeft geleid tot een verbetering van de communicatie van partijen.
Standpunten van partijen
2.5.
De man heeft de rechtbank laten weten dat hij het niet nodig vindt nog een mondelinge behandeling in te plannen bij de rechtbank en de zaak op de stukken kan worden afgedaan. Hij vindt het heel erg jammer dat hij geen omgang heeft met [minderjarige] . De man hoopt dat de omgang tussen hem en [minderjarige] in de toekomst weer kan worden opgestart door middel van bemiddeling van familie.
2.6.
De vrouw heeft de rechtbank bericht dat partijen alles hebben geprobeerd het contact tussen de man en [minderjarige] tot stand te brengen en om het beeld dat [minderjarige] van de man heeft bij te stellen. Dit is echter niet gelukt. [minderjarige] heeft geen ruimte voor contact met de man. De vrouw verzoekt de rechtbank de verzoeken van de man af te wijzen en de zaak op de stukken af te doen.
2.7.
Gelet op de inhoud van de rapportage van de bijzonder curator en de standpunten van partijen, zal de rechtbank de verzoeken van de man zoals deze thans nog aan de rechtbank voorliggen afwijzen.
De vrouw heeft verzocht de man het recht op omgang te ontzeggen. De rechtbank zal dit verzoek echter eveneens afwijzen. Het gegeven dat er momenteel geen sprake is van omgang is onvoldoende om te stellen dat omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van [minderjarige] . Sterker nog, de moeder staat inmiddels open voor (begeleide) omgang tussen de vader en [minderjarige] , alleen verzet [minderjarige] zich hier heftig tegen. De vader heeft inmiddels te kennen gegeven zich neer te leggen bij de uitdrukkelijke wens van [minderjarige] om geen contact met haar vader te hebben. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader zich hieraan zal houden opdat [minderjarige] geen druk meer ervaart, maar vindt het belangrijk om de deur naar omgang open te houden voor het geval [minderjarige] zich bedenkt. Het ontzeggen van de omgang past daar niet bij.
2.8.
Mitsdien zal worden beslist als volgt.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst alle verzoeken van de man af;
3.2.
wijst het verzoek van de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. E.M. Devis, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S.A. Marchal, griffier, op 26 april 2023. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).