ECLI:NL:RBAMS:2023:248

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 januari 2023
Publicatiedatum
24 januari 2023
Zaaknummer
13/287647-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 13 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel in Finland

De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 januari 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Finse autoriteiten tegen een Nederlandse verdachte geboren in 1992. De verdachte was niet persoonlijk aanwezig, waarna de rechtbank de gevangenhouding beval en de schorsing ophefte.

Het EAB betreft strafbare feiten volgens de Finse wetgeving, namelijk illegale handel in verdovende middelen met een maximale straf van ten minste drie jaar, waardoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht. De Finse autoriteiten gaven een garantie dat, indien de verdachte in Finland wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, hij deze straf in Nederland mag ondergaan.

De verdediging voerde aan dat de overlevering geweigerd moet worden omdat de feiten geheel of gedeeltelijk in Nederland zouden zijn gepleegd, maar de rechtbank oordeelde dat het Finse belang zwaarder weegt. De feiten zijn ook strafbaar in Nederland, maar vervolging in Nederland is niet aan de orde. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en geen weigeringsgronden aanwezig zijn, en stond daarom de overlevering toe.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 25 januari 2023, waarbij geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Finland toe voor drugshandel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/287647-22
RK nummer: 22/4793
Datum uitspraak: 25 januari 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 november 2022 door
the National Prosecution Authority, Prosecution District of Western Finland(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 januari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman,
mr. J. Zevenboom, advocaat in Amsterdam. De opgeëiste persoon is niet in persoon verschenen ter zitting hoewel hij daartoe op grond van de aan hem opgelegde schorsingsvoorwaarden wel gehouden was. De rechtbank heeft de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen en de schorsing opgeheven. Verder heeft de rechtbank de borgsom, die als voorwaarde voor schorsing van de overleveringsdetentie was opgelegd, vervallen verklaard.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van
the District Court of Pirkanmaavan
3 november 2022 (No. 22/1416, PK 22/4773)..
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Fins recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Finland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, hij deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
District Prosecutorin Tampere heeft op 23 november 2022 de volgende garantie gegeven:
“Person to be surrendered: ( [opgeëiste persoon] , [geboortedag] .1992)
(…)
I confirm that section 59 of the Finnish Act on the Extradition on the Basis of an Offence Between Finland and Other Member States of the European Union provides that the conditions attached to the decision on extradition in accordance with the framework
decision shall be complied with in respect of a person extradited to Finland. This provision binds all the Finnish authorities. lf a person is extradited to Finland for prosecution on the condition that at her/his request she/he after a final judgment has been rendered will immediately be returned to serve the sentence in the Member State that extradited her/him, the Finnish authorities are obliged to meet such a condition”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro

Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. [4]
De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan:
  • Het onderzoek is in Finland aangevangen;
  • De verdovende middelen waren voor de Finse markt bestemd;
  • De verdovende middelen zijn naar Finland gebracht;
  • De medeverdachten zullen in Finland worden vervolgd;
  • De bewijsmiddelen bevinden zich (grotendeels) in Finland;
  • Nederland is niet voornemens om zelf voor deze feiten te vervolgen.
De raadsman van de opgeëiste persoon verzoekt de overlevering op grond van dit artikel te weigeren en voert daartoe het volgende aan:
  • De vervolging in Nederland is wenselijker;
  • De feiten zijn ook strafbaar naar Nederlands recht;
  • De feiten plegen in Nederland ook te worden vervolgd;
  • Er zijn meerdere verdachten in Nederland aangehouden;
  • In Nederland bevinden zich gegevensdragers en vermogensbestanddelen die van belang zijn voor de waarheidsvinding;
  • Uitgaande van de verdenkingen zijn de verdovende middelen al dan niet in Nederland geproduceerd, verpakt en uitgevoerd;
  • De handelingen van de opgeëiste persoon zouden uitsluitend op Nederlands grondgebied hebben plaatsgevonden;
  • De Nederlandse rechtsorde is wellicht het meest aangetast.
De rechtbank stelt voorop dat aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn. Verder is de gedachte achter de facultatieve weigeringsgrond in artikel 13 OLW Pro, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.
In dat licht en gelet op hetgeen de officier van justitie naar voren heeft gebracht, vormt het gegeven dat de feiten worden geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen nu het aannemelijke Finse belang zwaarder weegt en vervolging in Nederland niet aan de orde is. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor een ander oordeel.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the National Prosecution Authority, Prosecution District of Western Finlandvoor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 25 januari 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. (of eerste, derde en vierde lid OLW)
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.