ECLI:NL:RBAMS:2023:1926

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 februari 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
13/332126-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in de behandeling van Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking

Op 28 februari 2023 behandelde de rechtbank Amsterdam de vordering van het openbaar ministerie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Belgische parket. Het EAB was gericht op de aanhouding en overlevering van een persoon geboren in 1976, met de Nederlandse nationaliteit en gedetineerd in Nederland.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld. Het EAB betrof een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Brussel van juni 2022. Tijdens de procedure gaf het openbaar ministerie aan dat het EAB was ingetrokken, zoals bleek uit een e-mail van 24 februari 2023.

De rechtbank volgde het standpunt van het openbaar ministerie en verklaarde het niet-ontvankelijk in de vordering tot behandeling van het EAB. Tevens stelde de rechtbank vast dat de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon was geëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot behandeling van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel en de overleveringsdetentie is beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/332126-22
RK nummer: 23/92
Datum uitspraak: 28 februari 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 11 januari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 16 december 2022 door het Parket van de Procureur des Konings (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres opgeëiste persoon] ,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 februari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon en haar raadsman, mr. F.L.C. Schoolderman, advocaat in Rotterdam, zijn niet verschenen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Brussel van 22 juni 2022, referentienummer 52252/22, dossiernummer 21N002891.

4.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft (vooraf schriftelijk) aangegeven dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat uit de e-mail van 24 februari 2023 volgt dat het EAB is ingetrokken.
De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt.

5.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie
NIET-ONTVANKELIJKin haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
STELT VASTdat de overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 februari 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.