Eiseres verzocht het waterschap Amstel, Gooi en Vecht om een preventieve last onder dwangsom op te leggen aan hengelsportverenigingen om het gebruik van vislood bij wedstrijden te voorkomen vanwege milieuschade. Het waterschap wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het verzoek niet als een aanvraag in de zin van de Awb werd gezien.
De rechtbank beoordeelde dat het verzoek onvoldoende concreet was omdat het niet specificeerde waar, wanneer en door wie de viswedstrijden zouden plaatsvinden. Het verwees naar websites van verenigingen en federaties zonder duidelijke aanduiding van betrokken partijen of overtredingen. Hierdoor kon het verzoek niet leiden tot een verplichting tot nader onderzoek of handhaving.
De rechtbank bevestigde dat een verzoek om handhaving voldoende concreet moet zijn, met duidelijke specificatie van de vermeende overtreding, locatie en tijdstip. Omdat dit ontbrak, kwalificeerde het verzoek niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb. De afwijzing van het verzoek was daarom geen besluit in de zin van de Awb en het bezwaar was terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van griffierecht of reiskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter C.A.E. Wijnker en griffier R.M.N. van den Hazel op 24 maart 2023.