Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
€ 6.000,- opgelegd en ingevorderd wegens overtreding van artikel 21, onder a, van de Hw. De gemeente stelt zich op het standpunt dat eiser de meldplicht van artikel 3.3.8b, tweede lid, onder e, van de Huisvestingsverordening (Hvv) heeft geschonden, omdat hij geen melding heeft gemaakt van de vakantieverhuur in september 2020. Met het bestreden besluit I heeft de gemeente de boete gehandhaafd.
€ 6.000,- naar € 3.000,-.
Overtreding en overtreder
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de gemeente op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de gemeente in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2023.
Rechtsmiddel
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Huisvestingswet 2014
Huisvestingsverordening Amsterdam 2020
b. alle zelfstandige woonruimten tot en met 200 huurpunten;
c. alle zelfstandige woonruimten met meer dan 200 huurpunten; en,
d. alle onzelfstandige woonruimten tot 750 huurpunten.
d. tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden (woningvorming).
b.de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft, is niet in eigendom van een woningcorporatie;
c.de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft is niet gelegen in een gebied waar een verbod op vakantieverhuur geldt;
d.de vergunning is geldig gedurende het kalenderjaar waarin deze is verleend en de eerste drie maanden van het daaropvolgende kalenderjaar; en
e.de vergunning is persoons- en woonruimtegebonden.
2.Aan een vergunning worden de volgende voorschriften verbonden:
a. degene die de woonruimte in gebruik geeft voor vakantieverhuur heeft de betreffende woonruimte als hoofdverblijf en staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen;
b. er wordt niet aan meer dan vier personen per nacht onderdak verleend;
c. de woonruimte wordt maximaal dertig nachten per kalenderjaar verhuurd;
d. er wordt een zelfstandige woonruimte exclusief in gebruik gegeven;
e. de exploitant, of een andere bewoner die hoofdverblijf heeft, en staat ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van de woonruimte, meldt het aantal nachten van iedere verhuring elektronisch bij burgemeester en wethouders op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze;
f. er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op. Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige volzin, indien:
II. de overlastveroorzaker en bewoner(s) vooraf door de klager(s) en door burgemeester en wethouders op de overlast zijn gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid.