ECLI:NL:RBAMS:2023:1669
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige toewijzing exclusief gebruik woning en alimentatie in kort geding na beëindiging samenwoning
Partijen, ex-partners en mede-eigenaren van een woning, zijn in een kort geding verwikkeld over het gebruik van de gezamenlijke woning en voorlopige alimentatie voor hun minderjarige en jongmeerderjarige kinderen. De vrouw vordert onder meer het exclusieve gebruik van de woning en voorlopige alimentatiebetalingen, terwijl de man verweer voert en een tegenvordering indient voor gebruik van de woning en vergoeding van woonlasten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw geen belang heeft bij de toewijzing van het eenhoofdig gezag over de minderjarige, waardoor die vordering wordt afgewezen. Het exclusieve gebruik van de woning wordt voorlopig toegewezen aan de vrouw voor twaalf maanden, met uitsluiting van de man, vanwege de gespannen situatie en het ontbreken van een alternatieve woonruimte voor de vrouw. De man kan terecht bij zijn ouders, ondanks zijn bezwaar.
Voor de voorlopige alimentatie wordt een bedrag van €210 per maand per kind toegewezen, gebaseerd op de laagste draagkrachtgegevens, met het oog op een definitieve regeling in een bodemprocedure. De vrouw draagt de woonlasten vanaf het moment dat de man vertrekt. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw krijgt het exclusieve gebruik van de woning voor twaalf maanden toegewezen en de man wordt veroordeeld tot voorlopige alimentatiebetalingen van €210 per maand per kind.