ECLI:NL:RBAMS:2023:1590

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 maart 2023
Publicatiedatum
21 maart 2023
Zaaknummer
C/13/729554 / FA RK 23-1005
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstig nadeel en gevaar

De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 maart 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen.

Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, ondanks behoorlijke oproeping en mededeling van zijn advocaat dat hij niet zou verschijnen. De rechtbank besloot de zitting zonder betrokkene voort te zetten en vroeg een aanvullende medische verklaring van een onafhankelijke psychiater om het ernstig nadeel en het gevaar voor de algemene veiligheid nader te onderbouwen.

Uit de medische verklaring bleek dat betrokkene vanuit psychotische overtuigingen in het verleden agressieve incidenten heeft gehad en dat er een reëel risico op herhaling bestaat bij onttrekking aan zorg. De rechtbank stelde vast dat betrokkene onttrekt aan zorg en ondanks medicatie last heeft van paranoïde ideeën, waardoor voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank concludeerde dat het ernstig nadeel en het gevaar voor de veiligheid voldoende zijn onderbouwd en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Daarom verleende zij een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden met diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname.

Deze beschikking is op 3 maart 2023 mondeling gegeven en op 14 maart 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM.
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/729554 / FA RK 23-1005
kenmerk: ZM / IND / 94003
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 3 maart 2023van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
zorgaanbieder: Arkin,
advocaat: mr. C.E. Stassen-Buijs.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 13 februari 2023.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 maart 2023 in het gebouw van de rechtbank. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- bovengenoemde advocaat;
- [naam] , verpleegkundige;
- J. van Olst, waarnemend psychiater (telefonisch).
Omdat de officier van justitie een nadere motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet op de mondelinge behandeling verschenen. Betrokkene is evenmin ter zitting verschenen. De rechtbank stelt vast dat betrokkene naar behoren is opgeroepen. De advocaat heeft medegedeeld dat betrokkene op de hoogte is van de zitting, maar gisteren heeft aangegeven dat hij niet naar de rechtbank zal komen omdat hij het niet gaat redden. De rechtbank heeft op grond hiervan vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, waarop de mondelinge behandeling zonder zijn aanwezigheid en met instemming van de advocaat is voortgezet.
De rechtbank heeft de zaak op 3 maart jl. aangehouden en bepaalt dat de medische verklaring moet worden aangevuld. Aan de onafhankelijke psychiater R. van der Meulen is verzocht om het gestelde ernstig lichamelijk letsel en het gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen nader te onderbouwen. Indien dit gevaar er niet is, heeft de rechtbank de onafhankelijke psychiater verzocht om zich uit te laten over de wilsbekwaamheid van betrokkene.
De aanvullende medische verklaring van 3 maart 2022 is na de zitting door de rechtbank ontvangen, waarna de advocaat in de gelegenheid is gesteld hierop te reageren. De rechtbank heeft vervolgens uitspraak gedaan.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen (cannabis).
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat het ernstig nadeel gelegen in ernstig lichamelijk letsel en gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen voldoende is onderbouwd. De onafhankelijke psychiater geeft in haar medische verklaring aan dat vanuit psychotische overtuigingen in het verleden herhaaldelijk agressie incidenten zijn geweest, voornamelijk naar familie maar ook op de afdeling tijdens opnames, waarbij betrokkene snel geagiteerd en verbaal agressief kan worden. De genoemde incidenten zijn weliswaar van enige tijd geleden, maar volgens de onafhankelijke psychiater bestaat een risico op herhaling van deze gedragingen als betrokkene zich onttrekt aan zorg en hij weer toenemend psychotisch wordt. Van onttrekking aan zorg lijkt nu ook sprake te zijn. Ter zitting is gebleken dat betrokkene regelmatig contact met de verpleegkundige afhoudt en dat de medicatie door thuiszorg via de deuropening wordt verstrekt. Daarnaast blijft betrokkene ondanks de medicatie last hebben van paranoïde ideeën waardoor decompensatie op de loer ligt. De rechtbank acht het van belang dat huidige behandeling wordt voortgezet om het ernstig nadeel voor betrokkene en voor anderen te voorkomen. Nu het voldoende is gebleken van ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel en gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van wilsbekwaamheid.
2.4.
Gebleken is dat geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:
  • toedienen van medicatie voor de duur van twaalf maanden;
  • verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening voor de duur van twaalf maanden;
  • beperken van de bewegingsvrijheid telkens voor de duur van maximaal drie maanden;
  • insluiten telkens voor de duur van maximaal twee weken;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene telkens voor de duur van maximaal drie maanden;
  • onderzoek aan kleding of lichaam telkens voor de duur van maximaal drie maanden;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen telkens voor de duur van maximaal drie maanden;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen telkens voor de duur van maximaal drie maanden;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten voor de duur van twaalf maanden. Deze vorm van verplichte zorg ziet op het nakomen van de afspraken tussen de ambulante behandelaren en betrokkene, zoals omschreven in het zorgplan;
  • opnemen in een accommodatie telkens voor de duur van maximaal drie maanden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op
[geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 3 maart 2024.
Deze beschikking is op 3 maart 2023 mondeling gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door M. Amarki als griffier en op 14 maart 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.