Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:1501

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
17 maart 2023
Zaaknummer
13/286800-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens complexe autismespectrumstoornis

Betrokkene, geboren in 1992, werd bij vonnis van 29 januari 2021 ter beschikking gesteld en verpleegd in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC). De officier van justitie verzocht om verlenging van deze maatregel met twee jaar. De rechtbank nam kennis van een advies van 25 november 2022 waarin de complexiteit van het ziektebeeld, waaronder een autismespectrumstoornis en katatonie, werd beschreven.

Betrokkene bevindt zich aan het begin van zijn behandeling en vertoont verbeteringen, maar blijft afhankelijk van intensieve begeleiding. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat, mede door de complexe problematiek en eerdere onttrekkingen aan behandeling. De deskundige bevestigde het advies tot verlenging en de raadsvrouw van betrokkene voerde geen verweer tegen verlenging, maar verzocht om een duidelijker behandeltraject voor de volgende verlengingszitting.

De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen en verlengde de terbeschikkingstelling met twee jaar. Tevens werd de verwachting uitgesproken dat de kliniek in het volgende advies zal rapporteren over het behandeltraject. De beslissing werd genomen door drie rechters tijdens een openbare zitting op 21 februari 2023.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/286800-19

Uitspraakdatum: 21 februari 2023
Beslissing op de ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 22 december 2022 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
thans verpleegd in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [naam FPC]
die bij vonnis van deze rechtbank van 29 januari 2021 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
- het op 25 november 2022 op grond van artikel 6:6:12, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met twee jaar, alsmede de daarbij overgelegde wettelijke aantekeningen.
De rechtbank heeft op 21 februari 2023 de officier van justitie mr. M.D. Braber, de terbeschikkinggestelde en diens raadsvrouw mr. B.J. Groot, advocaat te Haarlem, alsmede de deskundige [persoon], verbonden aan de [naam FPC], ter openbare zitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan genoemd verlengingsadvies van
[naam FPC] van 25 november 2022wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:
Kernproblematiek
Bij betrokkene is sprake van een ontwikkelingsstoornis in de vorm van een autismespectrumstoornis. De autismespectrumstoornis uit zich bij betrokkene in gebrekkige non-verbale communicatie, weinig emotionele wederkerigheid, rigiditeit in het denken, gebrekkige mentaliserende vermogens en een afwijkende realiteitstoetsing. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van (hypoactieve) katatonie.
Behandelverloop en risicotaxatie
Op 25 augustus 2021 is betrokkene opgenomen in de [naam FPC]. Bij binnenkomst was betrokkene erg rustig en in zichzelf gekeerd. Betrokkene was weinig in contact met anderen en praatte vertraagd. Betrokkene werd bij binnenkomst ingesteld op medicatie (Lorazepam en Clozapine). Sinds 24 maart 2022 verblijft betrokkene op de doorstroomunit [naam doorstroomunit], een unit waarop een supportief behandelmilieu wordt geboden waarbij de nadruk ligt op het bieden van structuur, ondersteuning en begeleiding aan patiënten. De overgang naar de [naam doorstroomunit] is zonder problemen verlopen. Betrokkene verkeerde vanaf de start op [naam doorstroomunit] in meer of mindere mate in een katatone toestand. Betrokkene had 1 op 1 begeleiding nodig om hem aan te sturen in het uitvoeren van dagelijkse dingen. Er werd meer en meer contact opgebouwd en betrokkene werd opener over zijn gedachten. Medicatie speelt een grote rol in het functioneren van betrokkene. Inmiddels is het toestandsbeeld verder verbeterd maar nog altijd zorgelijk te noemen. Op de afdeling is betrokkene met regelmaat in contact met de sociotherapeuten. Het contact met de medepatiënten verloopt moeizamer, betrokkene voelt zich vaak buitengesloten.
Na het afronden van zijn observatiemodules is betrokkene begonnen aan zijn dagbesteding; hij is gaan werken op de boerderij. Het werken an sich gaat goed echter de afstemming met de behoeftes en wensen van betrokkene met betrekking tot de begeleiding verloopt moeizaam. Betrokkene voelt zich niet altijd gezien en gehoord en heeft om die reden dan ook met regelmaat verzuimd om te gaan werken. Betrokkene heeft met zijn mentor een signaleringsplan opgesteld. Daarnaast heeft betrokkene meegewerkt aan de delictanalyse. Tot op heden zijn er op irritaties en opmerkingen van medepatiënten na, geen incidenten geweest.
Het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging en in geval van beëindiging van het toezicht of de maatregel wordt als hoog ingeschat.
Koers en advies
Betrokkene kent een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis met zowel vrijwillige als gedwongen behandelcontacten. Deze behandelpogingen hebben allen niet kunnen voorkomen dat er uiteindelijk een TBS-maatregel is opgelegd. Daarnaast is het feit dat de historische factoren van de risicotaxatie hoog zijn, er sprake is van een complexe problematiek, en het feit dat hij zich eerder heeft onttrokken aan behandeling, prognostisch ongunstig. Daarentegen zijn betrokkene’s relatief jonge leeftijd en het feit dat betrokkene enige mate van ziekte-inzicht heeft, gunstige factoren. Er is bij betrokkene sprake van een complex ziektebeeld waarbij tot op heden nog altijd enige onduidelijkheid bestaat over de achtergrond van de katatonie. Deze heeft ook verdere behandeling nodig. Het is op dit moment dan ook nog onduidelijk op welke manier en in welke mate het ziektebeeld te beïnvloeden zal zijn, en daarmee ook nog lastig om uitspraken te doen over de koers en de prognose. Gezien eerder genoemde factoren en gezien de blijvende aard van de autismespectrumstoornis, is de verwachting dat betrokkene ook in de toekomst in ieder geval afhankelijk zal blijven van een bepaalde mate van begeleiding.
Betrokkene staat aan het begin van zijn behandeling en vooralsnog is het recidivegevaar onverminderd hoog omdat de delictgerelateerde factoren nog verder bewerkt moeten worden. Geadviseerd wordt om de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
De deskundige heeft dit advies ter zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de
terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren.
De terbeschikkinggestelde kan zich vinden in het advies van de kliniek. Ook de raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd tegen verlenging van de maatregel. Wel heeft zij verzocht om te bepalen dat er voor de volgende verlengingszitting een duidelijker traject moet zijn uitgestippeld, welke op voorhand aan alle betrokkenen dient te worden toegestuurd.
De rechtbank is – gelet op het advies, het verhandelde ter zitting en artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht – van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De rechtbank overweegt als volgt. Als uitgangspunt geldt dat wanneer aannemelijk is dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de tbs-maatregel in principe zal worden verlengd met een termijn van twee jaar. Uit het rapport en hetgeen besproken is ter zitting komt duidelijk naar voren dat de terbeschikkinggestelde aan het begin van zijn behandeling staat en dat er nog de nodige stappen moeten worden gezet. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de tbs-maatregel met twee jaar moet worden verlengd. De rechtbank hoopt met de kliniek, dat de terbeschikkinggestelde de ingezette positieve lijn weet vast te houden. De rechtbank gaat er van uit dat - zoals te doen gebruikelijk - in het volgende verlengingsadvies de kliniek zal rapporteren over het door de raadsvrouw verzochte behandeltraject.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling van
[terbeschikkinggestelde]met
twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,
mrs. A.S. Dogan en P.J.H. van Dellen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.M.H. Stikkers, griffier
en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 21 februari 2023.