ECLI:NL:RBAMS:2023:1280

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 februari 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
729063 / FA RK 23.718
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens vrijwillige zorgacceptatie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 februari 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die gediagnosticeerd is met schizofrenie.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan de zorg vrijwillig te willen accepteren. Betrokkene is langere tijd redelijk stabiel, heeft ziektebesef, accepteert haar medicatie trouw en onderhoudt regelmatig contact met haar behandelaars. De behandelend arts bevestigde dat het door betrokkene opgestelde plan van aanpak een goed alternatief is voor een zorgmachtiging.

De rechtbank oordeelde dat er op dit moment geen ernstig nadeel is en dat betrokkene de kans moet krijgen om zelfstandig met een vrijgevestigde psychiater haar zorg verder vorm te geven. Daarom vertrouwt de rechtbank erop dat betrokkene de zorg op vrijwillige basis zal accepteren en is verplichte zorg niet noodzakelijk.

Gelet op deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene de zorg vrijwillig accepteert.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/729063 / FA RK 23/718
kenmerk: ZM/IND/97227
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 22 februari 2023van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. N.D. ‘t Zand te Amsterdam.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 februari 2023.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 februari 2023, in het gebouw van de rechtbank.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- basisarts, de heer [naam] .
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen
.

2.Beoordeling

2.1.
Tijdens de mondelinge behandeling geeft betrokkene gemotiveerd aan de zorg vrijwillig te willen accepteren. Betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie en zij is al langere tijd redelijk stabiel. Betrokkene heeft enig ziektebesef en accepteert trouw haar medicatie. Zij heeft regelmatig contact met haar behandelaars, zoals ook de behandelend arts ter zitting bevestigt. Betrokkene heeft een plan van aanpak opgesteld en de behandelend arts geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat dit plan zo globaal doornemend een goed alternatief lijkt te zijn voor een zorgmachtiging. Er is op dit moment geen ernstig nadeel. Betrokkene is langere tijd stabiel, werkt al geruime tijd goed mee met de hulpverlening en wil graag de kans om zelfstandig met een door haar gekozen vrijgevestigde psychiater haar zorg verder vorm te geven. De rechtbank acht het tijd om betrokkene die kans te geven. De rechtbank vertrouwt erop dat betrokkene de zorg op basis van vrijwilligheid zal accepteren en daarom , is verplichte zorg niet nodig.
2.2.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 22 februari 2023 mondeling gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J. Koomen als griffier en op 1 maart 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.