Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Beschuldiging
bijlage Ivan dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen het volgende vast.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
5.Strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6.Motivering van de straffen
I-respect’, die hij als bijzondere voorwaarde opgelegd heeft gekregen, succesvol heeft afgerond. Tijdens deze training heeft hij naar eigen zeggen geleerd om anders met zijn agressie om te gaan, om zich in moeilijke situaties niet mee te laten slepen door zijn eigen emoties of die van de ander, maar rust te bewaren en boven de situatie te gaan staan. Daarnaast heeft verdachte op zitting te kennen gegeven dat hij de gevolgen voor het slachtoffer betreurt en dat hij dit mede zichzelf toerekent. Hij is bereid om met het slachtoffer in gesprek te gaan en zijn excuses aan te bieden. Ook zou hij het slachtoffer graag helpen door, samen met zijn medeverdachte, een schadevergoeding te betalen.
7.Benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.De beslissing
feit 1 primairniet bewezen en
spreektverdachte daarvan
vrij.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
162 (honderdtweeënzestig) dagen.
120 (honderdtwintig) dagen, van deze gevangenisstraf
niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 (twee) jaarvast.
taakstrafvan
240 (tweehonderdveertig)uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.
benadeelde partij [benadeelde partij]toe tot een bedrag van
€ 1.380,57 (duizenddriehonderdtachtig euro en zevenenvijftig eurocent)aan vergoeding van materiële schade en
€ 25.000,- (vijfentwintigduizend euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (14 april 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
overige niet-ontvankelijkin zijn vordering tot vergoeding.
ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat € 26.380,57 (zesentwintigduizenddriehonderdtachtig euro en zevenenvijftig eurocent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (14 april 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 165 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.