ECLI:NL:RBAMS:2022:994
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verzoeken tot opheffing of schorsing voorlopige hechtenis in 26Marengo-zaak
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 maart 2022 de verzoeken van meerdere verdachten in de 26Marengo-zaak om hun voorlopige hechtenis op te heffen of te schorsen. Voor verdachte 1 oordeelde de rechtbank dat de ernstige bezwaren en gronden onverminderd aanwezig zijn, ondanks betwisting van de verdediging over de interpretatie van telefoongegevens en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor samenwerking met medeverdachte 1.
De raadsman van verdachte 2 voerde aan dat nieuw ontlastend materiaal en de lange duur van de voorlopige hechtenis tot schorsing zouden moeten leiden, maar de rechtbank vond het strafvorderlijk belang zwaarder wegen. Voor verdachte 3 stelde de verdediging dat er onvoldoende bewijs is en dat de PGP-gegevens onbetrouwbaar zijn, maar de rechtbank handhaafde de voorlopige hechtenis en wees ook een verzoek tot elektronisch toezicht af.
Ten aanzien van verdachte 4 werd eveneens het verzoek tot opheffing en schorsing afgewezen, waarbij de rechtbank verwees naar eerdere motiveringen en het ongewijzigde dossier. In alle gevallen werd het belang van strafvordering zwaarder geacht dan het persoonlijk belang van de verdachten bij invrijheidstelling.
Uitkomst: Alle verzoeken tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis worden afgewezen wegens het blijven bestaan van ernstige bezwaren en het belang van strafvordering.