ECLI:NL:RBAMS:2022:943

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 februari 2022
Publicatiedatum
2 maart 2022
Zaaknummer
13/752350-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel drugshandel Spanje

De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 februari 2022 de vordering tot overlevering van een persoon aan Spanje op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Centrale Onderzoeksrechtbank nr. 5 van Madrid. De opgeëiste persoon wordt verdacht van betrokkenheid bij drugshandel in Malaga in 2018. De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en zijn Nederlandse nationaliteit bevestigd.

De verdediging voerde een genoegzaamheidsverweer aan, stellende dat het EAB onvoldoende informatie bevatte en het nationale arrestatiebevel ontbrak als bijlage. De rechtbank verwierp dit verweer, oordelend dat het EAB voldoende feitelijke beschrijvingen bevat die voldoen aan de eisen van artikel 2 van Pro de Overleveringswet (OLW). Het feit betreft illegale handel in verdovende middelen, opgenomen in bijlage 1 van de OLW, waardoor toetsing van dubbele strafbaarheid achterwege blijft.

Verder is een garantie verstrekt door de Spaanse autoriteiten dat de opgeëiste persoon, indien veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze in Nederland mag uitzitten. De rechtbank acht deze garantie voldoende en concludeert dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering wordt daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering aan Spanje toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/752350-21
RK nummer: 21/6918
Datum uitspraak: 17 februari 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 28 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 november 2021 door de Centrale Onderzoeksrechtbank nr. 5 van Madrid (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1976,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 februari 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.J.M. Oerlemans, advocaat te ’s-Hertogenbosch.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een nationaal arrestatiebevel, uitgevaardigd door de Onderzoeksrechtbank nr. 5 van Madrid op 10 november 2021 (referentie Sumario-procedure 2/2020).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Spaans recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
3.1
Genoegzaamheid
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat het EAB niet genoegzaam is en de zaak moet worden aangehouden om vragen te stellen aan de Spaanse autoriteiten over de reden voor het uitvaardigen van het EAB. Die reden blijft nu onduidelijk. Het EAB is uitgevaardigd op 10 november 2021, terwijl de opgeëiste persoon zich op dat moment nog in Spanje bevond. Ook is het nationaal arrestatiebevel niet als bijlage aan het EAB gehecht.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is en er geen reden is om de zaak aan te houden om vragen te stellen aan de Spaanse autoriteiten, zodat de overlevering kan worden toegestaan. Een nationaal arrestatiebevel hoeft niet aan een EAB te worden gehecht, de voorwaarde is dat er een nationaal arrestatiebevel is en daaraan is voldaan.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens dient te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die beschrijving de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen.
In de onderhavige zaak geldt het volgende.
De opgeëiste persoon wordt ervan verdacht dat hij zich heeft beziggehouden met drugshandel, door in de periode van 20 tot 23 augustus 2018 en 18 tot 23 oktober 2018 in Malaga cocaïne uit te laden en voertuigen te besturen waarin cocaïne verborgen lag, waarna die cocaïne gedistribueerd werd bij verschillende panden. Met die omschrijving is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de hiervoor genoemde vereisten.
Afgezien van een beschrijving van de feiten waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht, hoeft het EAB geen opgave van de reden voor de uitvaardiging daarvan te bevatten. Evenmin is vereist dat het nationale aanhoudingsbevel wordt aangehecht.
Het verweer wordt verworpen.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:
Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van tenminste drie jaren is gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De
senior-judgebij de Onderzoeksrechtbank nr. 5 van Madrid heeft op 25 januari 2022 de volgende garantie gegeven:
As reported by the Prosecution Service with regard to the guarantee contained in article 5, paragraph 3, of Framework Decision 2002/584/JHA, which provides for the possibility of serving, in this case, in the Netherlands, the custodial sentence which may eventually be passed against him in the event that[opgeëiste persoon]was sentenced in Spain, this guarantee is hereby confirmed; please advise the Dutch authorities that the condition of being returned to the Netherlands in case of being sentenced to a penalty that involves deprivation of liberty is hereby accepted.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
7. Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de Onderzoeksrechtbank nr. 5 van Madrid (Spanje) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Rus, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 17 februari 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.