Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 februari 2022 in de zaak tussen
A [verzoekster 1] ( [verzoekster 1] ), te Amsterdam, verzoekster I
[vergunninghouder](vergunninghouder), te Amsterdam
Rechtbank Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende een omgevingsvergunning aan de eigenaar van een rijksmonument voor renovatie, herstelwerkzaamheden, herbouw van de achtergevel en een uitbouw aan de achterzijde van het pand gelegen in de Amsterdamse binnenstad. Verzoeksters, eigenaren van aangrenzende panden die eveneens rijksmonumenten zijn, stelden beroep in tegen deze vergunning en verzochten om voorlopige voorzieningen.
De voorzieningenrechter behandelde de zaken gezamenlijk en overwoog dat eerdere uitspraken van de civiele rechter en meervoudige kamer van de rechtbank onbestreden zijn gebleven en dat de gronden over mandeligheid en fundering daarmee vaststaan. De uitbouw betreft een eenlaagse aanbouw met een verlaagd deel (koekoek) waarmee rekening is gehouden met bestaande raamopeningen van het aangrenzende pand.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van de buitenplanse afwijkingsmogelijkheid van het bestemmingsplan en dat de motivering van het college, mede op basis van aanvullend advies van het RCE, voldoende is. De aangevoerde privaatrechtelijke belemmeringen zoals aantasting van lichtinval, privacy en onderhoudsmogelijkheden zijn niet evident en reeds in eerdere procedures beoordeeld. Ook zijn de bouwverordeningbepalingen waarop verzoeksters zich beroepen niet meer van toepassing. De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor renovatie en uitbouw van het rijksmonument worden afgewezen.