Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
stillis slechts een momentopname uit een vloeiende beweging, op grond waarvan niet kan worden geconcludeerd dat verdachte alleen naar beneden heeft gestoken.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
“Er is bovenal sprake van persoonlijkheidproblematiek met een antisociale en narcistische persoonlijkheidsdynamiek, waarbij onderliggend sprake is van een zwakke persoonlijkheidsstructuur. Classificerend volgens de DSM-5 is er sprake van een antisociale-persoonlijkheidsstoornis met tevens narcistische trekken. De persoonlijkheid van betrokkene wordt gekenmerkt door een neiging tot bagatelliseren, vergoelijken en externaliseren, een beperkte gewetensfunctie, gebrek aan berouw en frequente interpersoonlijke conflicten. Daarbij scoort betrokkene boven de cut-off score op de PCL-R, waarmee tevens van psychopathie volgens het construct van Hare kan worden gesproken. Het betreft hier geen sadistische psychopathie, maar de meer egoïstische en exploiterende variant van psychopathie, passend bij de zwakke persoonlijkheidsstructuur. Het zwakke fundament van zijn persoonlijkheid maakt dat betrokkene gevoeliger is voor het ontwikkelen van stemmingsproblemen en psychotische ontregeling. Daarnaast is er sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis, van matige ernst. Deze is van belang om dat cannabisgebruik de kans om (opnieuw) een psychose te krijgen vergroot. Voorts is de intelligentie van laaggemiddeld niveau, waarmee gesteld kan worden dat er geen sprake is van een forensisch relevante beperking in de intelligentie.”
P. 85: Ondanks het feit dat zich bij betrokkene reeds jarenlang frequent agressie-incidenten hebben voorgedaan - waarbij het veelal gaat om reactief gestuwde emotionele agressie en instrumenteel ingezette agressie -, kan er, nu er geen aanwijzingen zijn voor een doorwerking van betrokkens psychopathologie in het ten laste gelegde, vanuit gedragskundig perspectief geen enkele uitspraak worden gedaan over het risico op herhaling van feiten lijkend op het onderhavige ten laste gelegde. Zoals beschreven bij vraag 1 brengt de ernstige persoonlijkheidsstoornis van betrokkene wel risicofactoren voor agressie met zich mee (te weten de beperkte gewetensfunctie, de neiging tot bagatelliseren, vergoelijken en externaliseren, een gebrek aan berouw en frequente interpersoonlijke conflicten).”
Er wordt ingeschat dat de begeleiding van betrokkene in een ambulant drangkader weinig kans van slagen heeft, gelet op zijn diagnoses (wetende psychopathie, antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en trekken van borderline). De reclassering is van mening dat interventies en behandeling gericht op gedragsverandering geïndiceerd is teneinde het risico op recidive te verminderen. […] Eerdere pogingen tot behandeling in ambulant kader hebben tot op heden niet geleid tot het gewenste effect.
“Reclassering Inforsa adviseert het opleggen van een GVM wegens aanhoudend hoog risico op recidive na een gevangenisstraf. […]De reclassering acht behandeling geïndiceerd, mede gezien de jeugdige leeftijd van betrokkene en de onmogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding in ambulant kader. Dit komt mede door
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
24 maanden.