ECLI:NL:RBAMS:2022:8629
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verboden wapenbezit en bedreiging met vuurwapen
Op 17 november 2016 ontving de politie een melding van een bedreiging met een vuurwapen op een locatie in Amsterdam. De melder gaf een kenteken en een omschrijving van een persoon met een lange zwarte jas en rode trui met capuchon. Agenten zagen kort daarna een auto met dat kenteken rijden en volgden deze. Tijdens de achtervolging gooide de bijrijder een geladen vuurwapen uit de auto. Verdachte was de bestuurder en werd aangehouden samen met een medeverdachte.
Verdachte werd beschuldigd van het voorhanden hebben van een verboden vuurwapen en munitie en van bedreiging met een vuurwapen. De officier van justitie stelde dat het vuurwapenbezit bewezen was, maar vorderde vrijspraak voor de bedreiging. De verdediging betwistte beide feiten, onder meer omdat het niet vaststond dat verdachte degene was die het vuurwapen had getoond en gegooid, en omdat er geen slachtoffer bekend was.
De rechtbank oordeelde dat de bedreiging niet bewezen was, omdat niet vaststond dat verdachte de persoon was die het vuurwapen had gepakt en in de auto was gestapt. Ook het vuurwapenbezit was niet bewezen, omdat het enkel feit dat verdachte de bestuurder was en naast de bijrijder zat die het wapen gooide, onvoldoende was om beschikkingsmacht aan te nemen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van een verboden vuurwapen en van bedreiging wegens onvoldoende bewijs.