Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 oktober 2022,
- de akte uitlating van eiser.
2.De beoordeling
Rechtsmacht
563,00(1,0 punt × tarief € 563,00)
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele procedure heeft eiser, woonachtig in India, de rechtbank Amsterdam verzocht gedaagde, zonder bekende woonplaats in Nederland maar vermoedelijk verblijvend in Turkije, te gebieden zijn bestuurderschap en aandeelhouderschap van A.B.I. woonwinkel B.V. per 1 juli 2022 te beëindigen. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De rechtbank heeft eerst haar rechtsmacht vastgesteld op grond van de Nederlandse wetgeving, aangezien gedaagde geen vestigingsplaats heeft binnen de EEX-staten. Partijen hadden in de koopovereenkomst van aandelen de rechtbank Amsterdam aangewezen als bevoegde rechter en gekozen voor Nederlands recht.
De rechtbank wijst het gevorderde toe, met uitzondering van een verklaring voor recht die door het wegvallen van het belang is afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld om zich niet langer als bestuurder te presenteren, geen bestuursbesluiten meer te nemen, en wordt verplicht de overdracht van aandelen aan eiser te effectueren. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.
Het vonnis treedt in de plaats van de notariële leveringsakte en de toestemming voor uitschrijving bij de Kamer van Koophandel, zodat eiser zich als enig bestuurder en aandeelhouder kan inschrijven. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt per 1 juli 2022 verplicht te stoppen als bestuurder en aandeelhouder van A.B.I. woonwinkel B.V. en veroordeeld in de proceskosten.