De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 december 2022 het verzoek tot overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Koszalin, Polen, op 20 maart 2020.
Tijdens de zitting verklaarde de opgeëiste persoon zijn identiteit en Poolse nationaliteit. De rechtbank constateerde dat de wettelijke beslistermijn op grond van de Overleveringswet was verstreken, waardoor geen wettelijke grondslag meer bestond voor gevangenhouding, maar dat zij desalniettemin een beslissing moest nemen over het verzoek.
Uit overlegde stukken bleek dat het nationale aanhoudingsbevel was ingetrokken en later ook het EAB zelf. Op basis hiervan verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot behandeling van het EAB. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.