De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 december 2022 een verzoek tot overlevering van een Poolse man uit hoofde van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het provinciaal gerechtshof van La Rioja, Spanje. Het EAB betreft een gevangenisstraf van 12 jaar wegens verkrachting, waarvan nog zes maanden resteren, en een aanvullende straf van 12 dagen permanente lokalisatie wegens verwondingen.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en de inhoud van het EAB, waarbij een evidente verschrijving in de pleegdatum werd vastgesteld maar niet leidde tot afwijzing van het verzoek. Het genoegzaamheidsverweer van de verdediging werd verworpen omdat het EAB voldoende duidelijkheid bood over de feiten en de betrokkenheid van de opgeëiste persoon.
De rechtbank oordeelde dat de aanvullende straf van 12 dagen permanente lokalisatie niet voldoet aan de vereisten van een vrijheidsstraf zoals bedoeld in de Overleveringswet en weigerde daarom de overlevering voor die straf. Tevens werd het gelijkstellingsverweer van de verdediging afgewezen omdat de opgeëiste persoon niet voldeed aan het vereiste van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland.
De rechtbank stond de overlevering toe voor de vrijheidsstraf wegens verkrachting en weigerde deze voor de aanvullende straf. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.