Betrokkene werd verdacht van bedreiging van een medewerker van een zorginstelling. Het Openbaar Ministerie wilde aanvankelijk een zorgmachtigingstraject starten, maar zag hiervan af omdat betrokkene vrijwillig meewerkte aan therapie en medicatie en het causale verband tussen stoornis en delict niet duidelijk was.
Tijdens de zitting op 24 augustus 2022 werd zowel de strafzaak als de zorgmachtiging besproken. De officier van justitie vond een straf met bijzondere voorwaarden passend en zag geen noodzaak voor een zorgmachtiging, mede omdat er geen beschikbare klinische plaatsen waren.
De verdediging en betrokkene zelf pleitten voor verplichte zorg in een gestructureerde omgeving. De rechtbank overwoog dat betrokkene leed aan schizofrenie, autismespectrumstoornis en een verstandelijke beperking, met een aanzienlijk risico op levensgevaar voor anderen door agressie.
Gezien het ontbreken van vrijwillige zorgmogelijkheden en het belang van verplichte zorg om ernstig nadeel af te wenden, besloot de rechtbank ambtshalve een zorgmachtiging te verlenen voor zes maanden. De zorg omvat medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht, en vindt plaats in een forensisch psychiatrische kliniek met passend beveiligingsniveau.