Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
- ongeveer 150.000,- Britse Pond;
- ongeveer 3.000.000,- Indiase Roepie;
- ongeveer 256.717,- Dirham;
- ongeveer € 10.000,- en
- ongeveer € 15.000,-.
- ongeveer 150.000,- Britse Pond;
- ongeveer 3.000.000,- Indiase Roepie;
- ongeveer 256.717,- Dirham;
- ongeveer € 10.000,- en
- ongeveer € 15.000,-
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Algemene inleiding
tokensen berichten, waarin over geldbedragen wordt gesproken, aangetroffen.
4.Voorvragen
5.Waardering van het bewijs
username“ [accountnaam] ”. Verdachte was niet de gebruiker van het PGP-toestel, waarop het account is aangetroffen. Verder staat het niet vast dat alle tenlastegelegde transacties zijn geslaagd. Er bestaan contra-indicaties voor het daadwerkelijk plaatsvinden van diverse transacties. Daarnaast zijn er onvoldoende indicatoren dat sprake is van geld dat afkomstig is van enig misdrijf. Verdachte moet ook van het subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken omdat niet kan worden bewezen dat de gedragingen van verdachte waren gericht op de voltooiing van het delict.
nicknameswaar het account gebruik van maakt is “ [account] ”. Op verstuurde afbeeldingen is onder meer het straatnaambordje van de [straatnaam 1] in Amsterdam te zien. Dit is vlakbij de [adres 1] . Ook worden tussen de gebruiker van dit account en degenen met wie hij berichten uitwisselt locaties gedeeld, zoals: “ [locatie] ”, “ [locatie] ”, “ [locatie] ” en “ [adres 1] ”. Ook wordt “ [postcode] ” verstuurd, terwijl [postcode] de postcode van een deel van de [adres 1] is. Uit mastgegevens van het IMEI-nummer blijkt dat de gebruiker van het account zich tijdens chats regelmatig bevindt in de omgeving van de [straatnaam 2] , ter hoogte van de [straatnaam 3] , [adres 1] en [straatnaam 1] in Amsterdam. Verder wordt diverse malen gebruik gemaakt van wachtwoorden met “ [verdachte] ” erin. In de telefoon van een verdachte in een andere zaak is in de contactenlijst het account opgeslagen met
nickname“[account]”. In mei 2020 heeft de politie verder gezien dat de V Smart-telefoon en de iPhone X veelal dezelfde zendmasten aanstralen en dat het waarschijnlijk is dat de telefoons op dezelfde plaats zijn. Op grond van dit alles stelt de rechtbank vast dat verdachte de houder en gebruiker van het telefoontoestel is geweest.
token. Tokens kunnen worden gebruikt om te verifiëren dat de juiste persoon een goed in ontvangst neemt. Ook wordt er in (WhatsApp-)gesprekken op de iPhone 8, de Samsung-telefoon en van het account “ [accountnaam] ” gesproken over het verzenden van verschillende valuta en bedragen naar verschillende landen. Ook zijn er door het account “ [accountnaam] ” foto’s met daarop stapels bankbiljetten, waaronder Eurobiljetten, verstuurd. Verder zijn er vanaf de telefoons en het account (foto’s van) locaties verstuurd.
tokenen vraagt om het tijdstip. Een half uur later stuurt verdachte hetzelfde
tokenaan “[gebruiker 1]”. Verder wordt door “[gebruiker 2]” in een bericht een locatie in Birmingham gedeeld, samen met het serienummer van het
tokenen de vermelding: Timing: 11.00 am sharp. Verdachte stuurt dit door aan “[gebruiker 1]”. Uit niets blijkt dat de transactie niet daadwerkelijk is doorgegaan. Uit het feit dat verdachte vaker contact met “[gebruiker 1]” heeft, waarbij “[gebruiker 1]” ook twee dagen later alweer om twee andere bedragen verzoekt in Londen en Barcelona, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de transactie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De iPhone X straalde ten tijde van de berichten een zendmast in Amsterdam aan op grond waarvan de rechtbank vaststelt dat verdachte op dat moment in Amsterdam was.
tokenop de Samsung-telefoon. Verdachte stuurt een bericht terug met daarin een mobiel nummer, het nummer van het
token, het bedrag 30 ton (3 miljoen) en postkantoor: [postkantoor]. Op 30 april 2021 stuurt [persoon 1] terug “Ja meneer”. Ook hier geldt dat er concreet wordt gesproken over een bedrag en een locatie en dat er een
tokenis verstuurd. Het bericht “ja meneer” lijkt op een bevestiging te duiden. Ook heeft verdachte twee dagen later al weer contact met [persoon 1]. [persoon 1] stuurt verdachte een
token. Op 11 mei vindt gelijksoortig contact plaats. Dit duidt er op dat de transactie op 30 april 2021 voltooid is en naar tevredenheid heeft plaatsgevonden. Uit locatiegegevens van de iPhone X blijkt dat verdachte 29 april 2021 in Amsterdam is.
tokenen Amsterdam. Op 24 oktober 2021 stuurt [persoon 2] aan verdachte bericht “meneer, vandaag is het van 10.000 dringend”. Op 25 oktober stuurt hij een gelijk bericht. Om 13.14 uur vraagt [persoon 2] verdachte om “hem” te bellen en stuurt meteen daarna de inhoud van het bericht van 21 oktober nogmaals. Een paar minuten later laat verdachte hem weten dat hij met degene gesproken heeft, dat meneer op 2,30 uur afstand rijden bij verdachte vandaan is en dat verdachte de jongen zal sturen en het zal doorgeven zodra zij daar aan zullen komen. In het belregister is te zien dat er die dag telefonisch contact tussen de iPhone 8 en het Nederlandse telefoonnummer uit de berichten is geweest. [persoon 2] stuurt later een foto van het
token. Ook hier geldt dat er heel concreet wordt gesproken over een bedrag en locatie en tijdstip van treffen. Ook met [persoon 2] gaan hierna de contacten verder. Op 21 en 25 oktober wordt verdachte gebeld op de iPhone X en die is dan in Amsterdam.
token, het bedrag € 15.000,- en “[naam 2]”. Op 12 december 2021 vraagt het contact om een adres en verdachte stuurt [adres 2] door. Het contact zegt dat hij er in 30 minuten aan komt. Een paar uur later stuurt verdachte een foto van hetzelfde
tokennaar een Duits telefoonnummer. Ook hier is er sprake van een concreet bedrag en een locatie en tijdstip komen naar voren. Ook is er een
tokenverstuurd. Op deze dagen is verdachte met de iPhone X in Amsterdam.
tokensuitgewisseld.
tokenis gestuurd en er wordt er niet over een concrete locatie gesproken. Uit het bericht op 31 mei 2021 blijkt juist dat op dat moment de gelden kennelijk niet geleverd zijn. De rechtbank vindt dat niet bewezen kan worden dat het gaat om een voltooide transactie. Er is ook geen sprake van een poging tot witwassen, nu er geen begin van een uitvoering kan worden vastgesteld.
tokensaangetroffen, die gebruikt worden om te verifiëren wie een goed in ontvangst neemt. Uit de berichten blijkt dat de overdracht in openbare ruimtes plaatsvond en dat hiervoor geldkoeriers worden ingezet. Verder werd gebruik gemaakt van een encrypted telefoon en encrypted communicatiediensten. De rechtbank vindt dat dit voldoende indicatoren zijn om te spreken van een witwasvermoeden.
6.Bewezenverklaring
7.Bewijs
bijlage IIbij dit vonnis. Die bijlage hoort bij dit vonnis en maakt daarvan onderdeel uit.
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Voorlopige hechtenis
10.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
12 (twaalf) maanden.