ECLI:NL:RBAMS:2022:8208

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 december 2022
Publicatiedatum
13 januari 2023
Zaaknummer
13/751116-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OverleveringswetArt. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel na intrekking

De zaak betreft een vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een onderzoeksrechter in Antwerpen. De opgeëiste persoon, met Nederlandse nationaliteit, werd niet in persoon gehoord vanwege ziekte en afwezigheid van zijn raadsman.

Tijdens de procedure bleek uit een e-mail van de Belgische autoriteiten dat het EAB was ingetrokken. De officier van justitie en de verdediging stelden daarom dat de vordering niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank volgde dit standpunt en constateerde tevens dat de beslistermijn van 90 dagen was verstreken, waardoor geen grondslag meer bestond voor gevangenhouding.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld en dat het EAB betrekking had op een aanhoudingsbevel bij verstek. De rechtbank verklaarde vervolgens de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot in behandeling nemen van het EAB. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking van het bevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751116-20
RK nummer: 20/955
Datum uitspraak: 28 december 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 februari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 31 januari 2020 door een onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] ,
verblijfadres: [adres 2] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 oktober 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon en zijn raadsman mr. N.M. Fakiri, advocaat te Den Haag zijn niet verschenen, vanwege een coronabesmetting bij de opgeëiste persoon.
De rechtbank heeft daarom besloten het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd te schorsen.
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 28 december 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. G.P. Sholeh. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn – met voorafgaande kennisgeving – niet verschenen.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW Pro op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel bij verstek uitgevaardigd door A. Gieselink, onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen, met referentie 2019/161.

4.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie en de verdediging hebben (vooraf schriftelijk) aangegeven dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat uit de e-mail van 15 december 2022 van de Eerste Subsituut procureur des Konings te Turnhout volgt dat het EAB is ingetrokken.
De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt.

5.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en E.G.M.M. van Gessel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 28 december 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.