Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
naar voren hebben gebracht.
2.De vordering en de grondslag daarvan
“medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2 onder Pro B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”en
“medeplegen van witwassen”. Dit vonnis is sinds 1 juni 2022 onherroepelijk, omdat veroordeelde bij beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2022 niet-ontvankelijk is verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.
3.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
inclusiefverborgen ruimte heeft gekocht, zodat een bedrag van € 3.000,00 voor beide voertuigen afzonderlijk – totaal € 6.000,00 – wordt aangemerkt als een uitgave van veroordeelde.
De rechtbank schat het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde op:
4.De verplichting tot betaling
4.Toepasselijke wettelijke voorschriften
5.Beslissing
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van
€ 71.084,30 (eenenzeventigduizendvierentachtig euro en dertig eurocent) aan de Staat.
6 december 2022.