Eiseres diende een subsidieaanvraag in voor een vierjaarlijkse rijkssubsidie op grond van de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur (BIS) 2021-2024. Verweerder wees de aanvraag af na advies van de Raad voor Cultuur en verleende subsidie aan een andere instelling. Eiseres maakte bezwaar tegen de afwijzing en ging in beroep tegen het bestreden besluit.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat verweerder zich baseerde op een advies van de Raad dat onzorgvuldig tot stand was gekomen. De Raad had onvoldoende inzichtelijk gemaakt op welke wijze het criterium 'meest landelijke werking' werd toegepast, terwijl dit criterium niet expliciet in de subsidieregeling was opgenomen. Tevens had de Raad niet voldaan aan de bepalingen over afweging bij meerdere positieve adviezen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aan zijn vergewisplicht had voldaan en het advies niet had mogen gebruiken als grondslag voor het besluit. Het beroep tegen het bestreden besluit werd daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.