Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:8100

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 juli 2022
Publicatiedatum
8 januari 2023
Zaaknummer
13/059919-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6a OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering en bevel tot tenuitvoerlegging Spaanse gevangenisstraf in Nederland

De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 juli 2022 de vordering tot overlevering van een Nederlander aan Spanje op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen, waarvoor in Spanje een gevangenisstraf van twee jaar is opgelegd.

De rechtbank stelde vast dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit bezit en dat het feit ook onder Nederlands recht strafbaar is. Op grond van artikel 6a van de Overleveringswet (OLW) kan overlevering van een Nederlander worden geweigerd indien de opgelegde straf kan worden overgenomen en uitgevoerd in Nederland. De rechtbank concludeerde dat de straf niet het Nederlandse maximum overschrijdt en niet onverenigbaar is met het Nederlandse recht.

Daarom werd de overlevering geweigerd en werd gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland bevolen. Tevens werd de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging bevolen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering en beveelt de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/059919-22 (EAB II)
RK nummer: 22/2306
Datum uitspraak: 20 juli 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 april 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 maart 2022 door
the Provincial Criminal Court Palma de Mallorca, Chamber II(Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 16 juni 2022
De vordering is behandeld op de openbare zitting. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Scheffer, advocaat te Amsterdam. De behandeling van de vordering is aangehouden in verband met het stellen van nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit inzake EAB I.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Zitting 6 juli 2022
De behandeling van de vordering is met toestemming van de officier van justitie en de opgeëiste persoon hervat in de stand van het onderzoek van de zitting van 16 juni 2022.
Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Scheffer, advocaat te Amsterdam.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB, in samenhang bezien met de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 23 mei 2022, wordt melding gemaakt van een op 3 juli 2017 door
the Second Section of the Provincial Court of Palma de Mallorcagewezen vonnis, definitief geworden op 18 september 2017.
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

5.Artikel 6a OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Op grond van artikel 6a, eerste lid, OLW kan de overlevering van een Nederlander worden geweigerd, indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en indien de rechtbank van oordeel is dat de opgelegde straf kan worden overgenomen.
De raadsman heeft de rechtbank verzocht de overlevering te weigeren op grond van artikel 6a OLW. De officier van justitie heeft zich hier niet tegen verzet.
De rechtbank moet daarom beoordelen of de tenuitvoerlegging van de in Spanje opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen.
De in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a, OLW van overeenkomstige toepassing verklaarde weigeringsgronden staan niet in de weg aan overname van de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf.
Het feit is naar Nederlands recht strafbaar en levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B, van de Opiumwet, gegeven verbod.
Uit de Nederlandse kwalificatie volgt dat de opgelegde vrijheidsstraf niet het toepasselijke Nederlandse wettelijke strafmaximum overstijgt.
De opgelegde sanctie is naar zijn aard ook niet onverenigbaar met het Nederlands recht. Voor een aanpassing van de opgelegde vrijheidsstraf overeenkomstig artikel 6a, derde tot en met vijfde lid, OLW is daarom geen reden.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen. Zij is dan ook bevoegd om de overlevering overeenkomstig artikel 6a, eerste lid, OLW te weigeren. In het onderhavige geval ziet zij geen aanleiding om af te zien van deze bevoegdheid.
De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de aan de opgeëiste persoon opgelegde vrijheidsstraf in Nederland bevelen.
Ten slotte zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van
de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is en de rechtbank geen aanleiding ziet om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond, dient de overlevering te worden geweigerd.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2 en 10 Opiumwet en de artikelen 2, 5, 6a en 7 OLW.

8.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Provincial Criminal Court Palma de Mallorca, Chamber II(Spanje).
BEVEELTde tenuitvoerlegging van de in overweging 3. bedoelde vrijheidsstraf in Nederland;
HEFT OPde geschorste overleveringsdetentie van
[opgeëiste persoon];
BEVEELT op grond van artikel 27 lid 4 OLW Prode gevangenhouding van
[opgeëiste persoon]tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is apart opgemaakt.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater voorzitter,
mrs. R. Godthelp en W.B. van Bockel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 20 juli 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.