ECLI:NL:RBAMS:2022:8094

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 juli 2022
Publicatiedatum
8 januari 2023
Zaaknummer
13/096749-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks niet-verschijnen verdachte

De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 juli 2022 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Warschau. De verdachte werd verdacht van oplichting en was niet persoonlijk aanwezig geweest bij de Poolse zitting die leidde tot het vonnis.

De verdediging voerde aan dat overlevering geweigerd moest worden op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW), omdat de verdachte niet aanwezig was bij de inhoudelijke behandeling. De officier van justitie stelde dat de verdachte wel een advocaat had gemachtigd die zijn verdediging voerde en dat de verdachte op de hoogte was van de procedure.

De rechtbank concludeerde dat geen van de in artikel 12 OLW Pro genoemde weigeringsgronden zich voordeed en dat de verdachte en zijn advocaat voldoende geïnformeerd waren over de procedure. De rechtbank zag geen schending van verdedigingsrechten en besloot af te zien van de bevoegdheid om overlevering te weigeren.

De rechtbank oordeelde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat de overlevering toegestaan moest worden. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks zijn afwezigheid bij de Poolse zitting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/096749-22
RK nummer: 22/2124
Datum uitspraak: 14 juli 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 19 april 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 mei 2020 door
the Warsaw Regional Court, VIII Penal Division(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1976
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in de [detentieadres]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 juli 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D. Marcus, advocaat te Breda en door een tolk in de Poolse taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een op 17 april 2014 door
the Regional Court in Warsaw Pragagewezen vonnis (
definitief geworden op 23 mei 2014) met dossiernummer
V K 159/13.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 4 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Uit het EAB volgt dat bij beslissing van 20 februari 2018 de tenuitvoerlegging is bevolen van de door
the Regional Court in Warsaw Pragabij vonnis van 17 april 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar en 4 maanden en dat de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf daarbij niet is of kon worden gewijzigd. Derhalve hoeft deze omzettingsprocedure niet te worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro. [1]
In het EAB is vermeld dat de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest bij de zitting die tot het vonnis van 17 april 2014 heeft geleid.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd omdat de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest op de zitting waarop de zaak inhoudelijk is behandeld. Verder heeft de opgeëiste persoon verklaard dat hij wel een raadsman heeft gemachtigd maar dat deze niet op de zitting is verschenen. Gelet op het voorgaande moet overlevering worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro.
Standpunt officier van justitie
De opgeëiste persoon is weliswaar niet verschenen bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaak maar de opgeëiste persoon had in deze zaak een advocaat gemachtigd en is volgens zijn eigen verklaring samen met de advocaat verschenen bij de uitspraak in eerste aanleg en heeft vervolgens geen hoger beroep ingesteld. Primair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de omstandigheden van artikel 12, onder b en c, OLW zich voordoen. Subsidiair kan de rechtbank afzien van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro aangezien zowel de opgeëiste persoon als zijn gemachtigd raadsman op een eerdere zitting zijn geïnformeerd over de datum van de
main hearing, zodat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het proces. Bovendien heeft zijn gemachtigd raadsman het vonnis ontvangen.
Het oordeel van de rechtbank
In het EAB staat onder D.1. sub c) vermeld dat de opgeëiste persoon, terwijl hij op de hoogte was van het proces, een raadsman heeft gemachtigd en dat die raadsman tijdens het proces daadwerkelijk zijn verdediging heeft gevoerd. Onder D.2. staat echter dat noch de opgeëiste persoon noch zijn gemachtigde advocaat aanwezig was bij de
main hearing.Op grond van deze laatste informatie is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid van artikel 12, onder b, OLW zich niet voordoet.
De rechtbank is ook van oordeel dat de omstandigheid van artikel 12, onder c, OLW zich niet voordoet. Alhoewel de opgeëiste persoon bij de inverzekeringstelling heeft verklaard dat hij het vonnis van de rechtbank in Polen had aangehoord, heeft hij ter zitting verklaard dat hij niet meer precies weet of hij is verschenen bij de uitspraak in zijn zaak. Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon niet is verschenen bij de uitspraak.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Verder is geen garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW verstrekt.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in deze zaak een advocaat heeft gemachtigd en ter zitting heeft de opgeëiste persoon dit bevestigd. Verder staat in het EAB vermeld dat de advocaat van de opgeëiste persoon het schriftelijk vonnis heeft ontvangen. Ten slotte blijkt uit de onder D.2. gegeven informatie dat de opgeëiste persoon en zijn advocaat op een eerdere zitting zijn aangezegd wanneer de
main hearingzou plaatsvinden
.
Gelet op deze omstandigheden lag het op de weg van de opgeëiste persoon om te informeren naar de voortgang dan wel de uitkomst van de procedure. Niet kan worden gezegd dat overlevering een schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon met zich brengt, omdat hij, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, op zijn minst genomen kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot het informeren naar de voortgang van de procedure en het onderhouden van contact met zijn advocaat.

5.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 20, te weten:
oplichting.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

6.Gelijkstellingsverweer

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon, hoewel hij niet aan de vereisten van artikel 6a, negende lid, OLW voldoet, wel kan worden gelijkgesteld met een Nederlander. De opgeëiste persoon verblijft sinds 2018 in Nederland en werkt sinds 2020 voor hetzelfde uitzendbureau.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de opgeëiste persoon niet heeft aangetoond dat hij in aanmerking komt voor gelijkstelling met een Nederlander in de zin van artikel 6a, negende lid, OLW.

7.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Warsaw Regional Court, VIII Penal Division(Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. R. Godthelp en W.B. van Bockel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juli 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.