Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een AOW-pensioen, waarbij hij stelde tussen 1984 en 1985 in Nederland te hebben gewerkt bij verschillende werkgevers. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk kon maken dat hij in Nederland heeft gewoond of gewerkt.
De rechtbank overwoog dat iemand recht op AOW-pensioen heeft indien hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en minstens één jaar verzekerd is geweest, wat betekent dat hij in Nederland moet hebben gewoond of gewerkt. Hoewel eiser foto’s overlegde en verklaarde zwart te hebben gewerkt, ontbrak het aan concrete bewijsstukken die het verblijf en de arbeidsperiode in Nederland bevestigen.
De Svb had bovendien onderzoek gedaan bij diverse instanties en pensioenfondsen, waar eiser niet bekend was. Ook een mogelijke verklaring van een collega en de vermelding van een zwaar-werktoeslag waren onvoldoende. De rechtbank concludeerde dat eiser geen AOW-pensioen heeft opgebouwd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.