Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.de commanditaire vennootschap BETAAL GARANT NEDERLAND,
STICHTING BGN ZEKERHEIDSSTELLING,
STICHTING HORTUS HOOGEVEEN,
[gedaagde 4],
- de dagvaarding van 3 maart 2022, met producties,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 30 mei 2022, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging producties van 24 juni 2022 van [eiser] , en
- de akte overlegging producties van 24 juni 2022 van BGN c.s.
1.Feiten en omstandigheden
2.Vordering en verweer
c. in de proceskosten van [eiser] .
- de € 15.000 twee maal inzet, aangezien [eiser] dat bedrag in deze procedure vordert terwijl dat bedrag al is gebruikt ter financiering van de bouw van de woning van [eiser] ;
- slechts met BGN een overeenkomst heeft gesloten, en niet met Stichting BGN, Stichting Hortus of [gedaagde 4] . Stichting Hortus is nergens bij betrokken;
- de overeenkomst met BGN niet kan ontbinden, omdat hij zijn woning opgeleverd heeft gekregen en BGN bovendien niet in verzuim verkeert; en
- een vordering stelt te hebben op twee entiteiten, waardoor hij ten onrechte € 30.000 vordert.
3.Beoordeling
Inleiding
op eigen naambedrijfsactiviteiten ontplooit. Dat verweer kan aan het voorgaande echter niet afdoen, omdat Stichting Hortus aansprakelijk is op basis van het enkele feit dat zij beherend vennoot is van BGN. Op grond daarvan is de vordering van [eiser] jegens Stichting Hortus toewijsbaar.
4.BESLISSING
- € 15.000 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 23 juni 2021 tot aan de dag van volledige voldoening;
- € 1.119,25 (inclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten;
griffierecht € 693
explootkosten € 125,03
salaris gemachtigde € 746 (2 punten × het liquidatietarief van € 373)
______
inclusief eventueel verschuldigde btw;