ECLI:NL:RBAMS:2022:795
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schikking en beëindiging van ontnemingszaak tegen bedrijf
De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 februari 2022 de ontnemingsvordering tegen een bedrijf, voortvloeiend uit een onderliggende strafzaak. De officier van justitie vorderde het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel en betaling daarvan tot een maximumbedrag van ruim 40 miljoen euro.
Tijdens de zitting werd een schikking tussen het openbaar ministerie en het bedrijf vastgesteld, conform artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering. De schikking houdt onder meer in dat het bedrijf tot en met 2028 jaarlijks een geldbedrag moet betalen. De rechtbank constateerde dat nu al aan de voorwaarden van de schikking is voldaan doordat bankgaranties zijn verstrekt.
Hierdoor verklaarde de rechtbank de zaak van rechtswege beëindigd, zoals voorgeschreven in artikel 6:4:18 Sv Pro. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, onder voorzitterschap van G.H. Marcus en met de rechters B. Vogel en C.P. Bleeker.
Uitkomst: De rechtbank stelde vast dat de ontnemingszaak van rechtswege is geëindigd wegens een schikking met het openbaar ministerie.