De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 december 2022 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige die sinds november 2019 onder deze maatregel staat. De maatregel was eerder verlengd tot eind november 2022.
De rechtbank nam kennis van het advies op grond van het Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994, het perspectiefplan en de bevindingen uit de raadkamer met diverse betrokkenen, waaronder gedragswetenschappers, reclasseringswerkers en de werkgever van de jeugdige. De jeugdige heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt, met een stabiele dagbesteding en zelfstandige mobiliteit, en staat op het punt te starten met het STP-traject.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de jeugdige en de veiligheid van anderen is om de PIJ-maatregel te verlengen. Hoewel de jeugdige al aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt, is het noodzakelijk dat hij de kans krijgt om het STP-traject te doorlopen en te oefenen met zelfstandigheid buiten de inrichting, met de mogelijkheid tot snelle terugplaatsing bij problemen. Daarom werd de verlenging niet voor de door het OM gevraagde acht maanden, maar voor zes maanden toegewezen.
De rechtbank wees het verzoek van de raadsman tot voorwaardelijke beëindiging af, omdat dit de mogelijkheden tot begeleiding en interventie zou beperken en het resocialisatieproces zou kunnen belemmeren.