Op 17 mei 2022 werd verdachte aangehouden na een doorzoeking in haar woning waarbij vuurwapens, munitie en een groot geldbedrag werden aangetroffen. Verdachte verklaarde in paniek te hebben gehandeld na een telefoontje over de aanhouding van haar broer en ontkende wetenschap van de wapens te hebben gehad. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte wist van de vuurwapens en sprak haar vrij van dit feit.
Wel werd vastgesteld dat verdachte het geldbedrag van €106.015,- kort voor haar aanhouding in haar bezit had en daarover beschikte door het geld in een tas te plaatsen en in een auto te zetten. De rechtbank achtte bewezen dat het geld afkomstig was uit een misdrijf en veroordeelde verdachte voor witwassen.
De rechtbank hield rekening met haar status als first offender, de korte tijd dat zij het geld in bezit had, haar voorarrest van twee weken en de impact van de zaak op haar. Daarom werd een lagere straf opgelegd dan geëist: een taakstraf van 180 uur zonder voorwaardelijke gevangenisstraf. Tevens werd de inbeslaggenomen telefoon aan verdachte teruggegeven.