Eiser startte in 2007 een eenmanszaak en exploiteerde een zonnebankstudio, later omgedoopt tot een onderneming in rvs meubilair. Hij werd in 2016 veroordeeld voor gewoontewitwassen van ruim €500.000, een veroordeling die in hoger beroep deels werd bekrachtigd. Zijn partner heeft een eigen onderneming in rvs meubelen en vroeg een zakelijke rekening aan bij de bank, welke werd geweigerd.
De bank beëindigde de relatie met eiser en zijn ondernemingen vanwege onvolledig klantonderzoek en twijfels over de integriteit, mede gebaseerd op de veroordeling voor witwassen en onverklaarde financiële transacties. De bank weigerde ook een zakelijke rekening aan de partner vanwege haar nauwe zakelijke en privéverbinding met eiser en de integriteitsrisico’s.
De rechtbank oordeelde dat de bank op grond van de Wft en Wwft gerechtigd was de relatie te beëindigen en dat de vorderingen tot voortzetting van de relatie en het openen van een rekening niet konden worden toegewezen. Ook de vordering tot verwijdering van persoonsgegevens uit het interne register werd afgewezen. Eiser en zijn partner werden veroordeeld in de proceskosten.