ECLI:NL:RBAMS:2022:7699

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 december 2022
Publicatiedatum
21 december 2022
Zaaknummer
13/243459-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 350 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan van overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor poging tot diefstal met braak en vernieling

De rechtbank Amsterdam heeft op 15 december 2022 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court of Zamość, Polen. De verdachte wordt verdacht van poging tot diefstal met braak en vernieling, feiten waarvoor een gevangenisstraf van 1 jaar en 6 maanden is opgelegd, waarvan nog ruim een jaar rest.

Tijdens de procedure heeft de verdachte afstand gedaan van zijn recht op aanwezigheid bij de zitting. De rechtbank heeft de identiteit van de verdachte vastgesteld en onderzocht of aan de voorwaarden voor overlevering is voldaan. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de formele eisen en dat de feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn, waarbij dubbele strafbaarheid vereist is.

Er zijn geen weigeringsgronden of uitzonderingen van toepassing die de overlevering in de weg staan. De rechtbank heeft daarom de overlevering toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee rechters van de internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor poging tot diefstal met braak en vernieling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/243459-22
RK nummer: 22/4298
Datum uitspraak: 15 december 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 september 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op
20 juli 2022 door
the District Court of Zamość(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Op de openbare zitting van 15 november 2022 is het onderzoek geschorst omdat er voor de opgeëiste persoon geen transport vanuit de Penitentiaire Inrichting was geregeld.
De vordering is vervolgens behandeld op de openbare zitting van 6 december 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr.
K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en was derhalve niet aanwezig. De verschenen raadsman van de opgeëiste persoon, mr. W.F.J. Kramer, advocaat te Utrecht, was niet gemachtigd. Hij nam waar voor raadsman mr. R. Zilver, eveneens advocaat te Utrecht.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van
a sentence of the Regional Court of Biɫgoraj, Second Penal Divisionvan 29 januari 2020, onherroepelijk sinds 6 februari 2020, met referentie
II K 895/19.
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 1 jaar, 1 maand en 23 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten levert naar Nederlands recht op:
telkens eendaadse samenloop van:
poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
en
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 en 350 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court of Zamość(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. G.M. Beunk en D. Hein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 15 december 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.