De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 december 2022 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door België. De opgeëiste persoon, geboren in 1995 en met de Nederlandse nationaliteit, was niet verschenen, maar werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij zich inmiddels op eigen initiatief had gemeld bij de Belgische autoriteiten. Hierdoor was het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit ingetrokken.
Op grond van deze feiten verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB en stelde vast dat de geschorste overleveringsdetentie was geëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.