ECLI:NL:RBAMS:2022:7692

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
21 december 2022
Zaaknummer
13/304674-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging tot doodslag en diefstal met geweld in woning Amsterdam

Op 7 december 2022 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen een 44-jarige verdachte die werd beschuldigd van poging tot doodslag en diefstal met geweld in een woning op 30 november 2020.

De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen konden worden. De rechtbank oordeelde dat het bewijs, dat vooral steunde op de verklaring van de aangever, onvoldoende was. De aangever had wisselende verklaringen afgelegd en er was geen ondersteunend bewijs zoals bloedsporen in de woning of op het mes. Tevens was niet vastgesteld dat de verdachte de nacht ervoor in de woning aanwezig was.

De rechtbank kon daardoor niet vaststellen wat er precies was gebeurd in de nacht van 30 november 2020 en sprak de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij had geen concreet schadebedrag gevorderd en werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Beide partijen dragen ieder hun eigen kosten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van poging tot doodslag en diefstal met geweld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/304674-20
Datum uitspraak: 7 december 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
vestigingsadres [adres] , [woonplaats] ,
uit andere hoofde verblijvend in [naam 1] ,
[plaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.L. Vermeulen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. Z. Boufadiss naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van:
Feit 1
poging tot doodslag van [slachtoffer] op 30 november 2020 in Amsterdam, voor of tijdens het plegen van een strafbaar feit. Als dat niet kan worden bewezen wordt verdachte beschuldigd van een poging tot zware mishandeling;
Feit 2
diefstal met geweld in een woning in Amsterdam op 30 november 2020.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Vrijspraak

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank vindt de ten laste gelegde feiten – net als de officier van justitie en de raadsvrouw – niet bewezen. Het bewijs dat verdachte bij de feiten betrokken zou zijn, berust voornamelijk op de verklaring van aangever. Aangever heeft echter wisselend verklaard en de betrokkenheid van verdachte wordt onvoldoende door andere bewijsmiddelen ondersteund. Zo is er in de woning en op het mes geen bloed aangetroffen en is niet gebleken dat verdachte ook de nacht ervoor in de woning van aangever aanwezig was. De rechtbank kan op basis van het dossier onvoldoende vast stellen wat zich in de nacht van 30 november 2020 heeft afgespeeld. Verdachte wordt daarom van de ten laste gelegde feiten vrijgesproken.

4.De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft geen concreet bedrag aan materiële dan wel immateriële schade gevorderd. Omdat verdachte wordt vrijgesproken van het feit dat de schade zou hebben veroorzaakt, kan die schade in deze procedure niet op hem worden verhaald. De benadeelde partij wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

5.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en
spreektverdachte daarvan
vrij.
Verklaart [benadeelde partij]
niet-ontvankelijkin zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. L. Dolfing, voorzitter,
mrs. A.A. Spoel en J. Huber, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.S. Schakenraad, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 december 2022.