Op 22 juni 2022 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan over een vordering van het Openbaar Ministerie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechtbank. De vordering was ingediend op 15 april 2022 en betrof de aanhouding en overlevering van een persoon geboren in Polen in 1988.
Tijdens de openbare zitting op 8 juni 2022 was het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd, maar de opgeëiste persoon en zijn raadsman waren afwezig. De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigd dat hij de Poolse nationaliteit bezit.
Het Openbaar Ministerie heeft op 7 juni 2022 de vordering tot behandeling van het EAB ingetrokken, omdat de Poolse autoriteiten hebben aangegeven het EAB niet te willen handhaven. De rechtbank oordeelt dat zij het OM niet-ontvankelijk moet verklaren, aangezien de intrekking slechts één dag voor de zitting plaatsvond, waardoor de voorbereidingstijd van de rechtbank verloren gaat en geen vervangende zaak kan worden gepland.
De rechtbank stelt een toekomstige regel in dat het OM vorderingen uiterlijk één week voor de zitting kan intrekken. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee rechters en is onherroepelijk.