Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
de besloten vennootschap RCE Groep B.V.
[verweerder] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
persoonlijkeintieme verhalen. Hij liep echter mijn kantoor binnen en vroeg mij hoe mijn weekend was geweest. Ik beantwoorde erg staccato met “goed, erg gezellig!” en zonder wedervraag vertelde hij dat hij het afgelopen weekend een tinder date had gehad. Hij vertelde uitgebreid over de diepe klik die ze hadden. En vertelde toen dat hij valt op onbereikbare vrouwen. Ook nu herhaalde hij dat hij jong van geest is en daardoor op jongere vrouwen valt. (...)
Verklaring 1
Verzoek
Verweer
Beoordeling
Ontbinding
Einddatum en transitievergoeding
ernstigverwijtbaar handelen of nalaten ligt echter hoog. Alle omstandigheden afwegend komt de kantonrechter tot het oordeel dat deze lat niet wordt gehaald, ook al is er het een en ander aan te merken op de handelwijze van RCE. Daarbij speelt mee dat niet kan worden vastgesteld dat RCE bewust of met kwade opzet heeft aangestuurd op escalatie van de onderlinge verhoudingen tussen partijen. Ongewenste (seksuele) intimidatie op de werkvloer is een ernstige zaak en RCE heeft in zijn algemeenheid als werkgever een groot belang bij het tegengaan van dergelijke praktijken. Daarbij is een directe, voortvarende aanpak soms nodig om erger te voorkomen. RCE heeft -terecht- actie ondernomen naar aanleiding van de meldingen die zij over [verweerder] ontving, maar heeft dat onderzoek in dit geval niet met de juiste zorgvuldigheid uitgevoerd. Dat betekent echter niet zonder meer dat RCE een ernstig verwijt van de ontstane situatie valt te maken.