Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
- Psychologisch Pro Justitia Rapport, opgesteld door S.A. Moonen, GZ-psycholoog, op 2 juni 2022;
- Aanvullend Psychologisch Pro Justitia Rapport, opgesteld door S.A. Moonen, GZ-psycholoog, op 2 november 2022;
- de rapporten van Reclassering Nederland, opgemaakt op 28 maart 2022 en 9 augustus 2022.
psycholoogkomt in haar rapport tot de volgende conclusie.
psycholoogtot de volgende conclusie:
psycholoognaar voren gebracht dat zij een jongen ziet die in de knoop zit, maar dat hier behandeling voor kan worden geboden in de PI. De psycholoog komt niet tot een behandeladvies in het kader van de strafoplegging, omdat zij bij verdachte geen stoornis heeft kunnen vaststellen. Verdachte heeft wel normen en waarden, maar zijn egocentrische en materialistische kant hebben bij het plegen van het feit de boventoon gevoerd. Er zal ook sprake zijn geweest van egostreling, dat verdachte voor zo iets groots benaderd werd. De bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling is niet per definitie een reden om het jeugdstrafrecht toe te passen.
reclasseringsadviezen. In het rapport van 9 augustus 2022 gaat de reclassering nader in op de vraag of verdachte volgens het jeugdstrafrecht zou moeten worden berecht. De reclassering schrijft dat in de beïnvloedbaarheid van de verdachte en het matig kunnen inschatten van de risico’s en het organiseren van zijn eigen gedrag aanwijzingen gevonden zouden kunnen worden voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Daar staat tegenover dat er op het gebied van de pedagogische mogelijkheden weinig argumenten zijn om tot het jeugdstrafrecht te komen. Verder leidt de reclassering uit de informatie uit het proces verbaal en zijn verklaring af dat hij heeft gekozen voor een criminele levensstijl en lijkt de liquidatie bewust gepland. Daarbij kan de ernst van de tenlastelegging ook als een contra indicatie gezien worden voor jeugdstrafrecht. Concluderend ziet de reclassering te weinig doorslaggevende argumenten om jeugdstrafrecht te adviseren.
De reclassering heeft zich verder uitgelaten over de wenselijkheid van een behandeling. De reclassering schrijft daarover in het rapport van 9 augustus 2022: “Wij achten een reclasseringstoezicht en training of behandeling gericht op zijn persoonlijkheid wel geïndiceerd. Echter indien betrokkene wordt veroordeeld is er een kans aanwezig dat er geen voorwaardelijk strafdeel wordt opgelegd gezien de hoge strafverwachting. Er kan dan in een later traject, bijvoorbeeld in het kader van VI of re-integratie, gekeken worden naar mogelijkheden en noodzaak voor ondersteuning en begeleiding gericht op het houden van toezicht, het versterken van zijn persoonlijkheid en/of ondersteunende gesprekken met een psycholoog voor delict verwerking”.
weltoepassing te geven aan het bepaalde in artikel 77c Sr.
- 1 STK Baken met tape (omschrijving: PL1300-2021262750-G6134455, zwart, merk: Apple iPhone);
- 1 STK GSM (omschrijving: PL1300-2021262750-G6134922, Apple iPhone);
- 1 STK Trui (omschrijving: PL1300-2021262750-G6136564, wit, merk: Dior);
- 1 STK Jas (omschrijving: PL1300-2021262750-G6137539, Moncler);
- 1 STK Zendapparatuur (omschrijving: PL1300-2021262750-G6137545, Baken)
- 1 STK (simkaarthouder) Simkaart van zaktelefoon (omschrijving: PL1300-2021262750-G6136570);
- 1 STK Computer (omschrijving: PL1300-2021262750-G6135003, zilverkleurig, merk: Apple Imac).
nabestaandenin het wettelijk systeem geen plaats is voor vergoeding van schade in de vorm van aantasting in de persoon die geen shockschade is. Niet is gesteld, noch onderbouwd dat deze schade tevens als shockschade is gevorderd.
- een bedrag van € 20.000,- voor affectieschade;
- een bedrag van € 6.917,47 voor materiële schade;
- een bedrag van € 5.047,- voor proceskosten.
,alsmede € 7.798 aan proceskosten.
- een bedrag van € 17.500,- voor affectieschade;
- een bedrag van € 3.378,- voor proceskosten.
- een bedrag van € 17.500,- voor affectieschade;
- een bedrag van € 885,65 voor materiële schade;
- een bedrag van € 3.378,- voor proceskosten.
- een bedrag van € 17.500,- voor affectieschade;
- een bedrag van € 3.378,- voor proceskosten.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
20 (twintig) jaren.
verbeurd:
- 1 STK Baken met tape (omschrijving: PL1300-2021262750-G6134455, zwart, merk: Apple iPhone);
- 1 STK GSM (omschrijving: PL1300-2021262750-G6134922, Apple iPhone);
- 1 STK (simkaarthouder) Simkaart van zaktelefoon (omschrijving: PL1300-2021262750-G6136570);
- 1 STK Trui (omschrijving: PL1300-2021262750-G6136564, wit, merk: Dior);
- 1 STK Jas (omschrijving: PL1300-2021262750-G6137539, Moncler);
- 1 STK Computer (omschrijving: PL1300-2021262750-G6135003, zilverkleurig, merk: Apple Imac).
[benadeelde partij 1]toe tot een bedrag van € 26.917,47 (zegge: zesentwintig duizend negenhonderd zeventien euro en zevenenveertig cent), waarvan € 6.917,47 (zegge: zesduizend negenhonderd zeventien euro en zevenenveertig cent) voor materiële schade en € 20.000 (zegge: twintigduizend euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 4]toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 3]toe tot een bedrag van € 18.385,65 (zegge: achttien duizend driehonderd vijfentachtig euro en vijfenzestig cent), waarvan € 885,65 (zegge: achthonderd vijfentachtig euro en vijfenzestig cent) voor materiële schade en € 17.500,- (zegge: zeventien duizend vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 2]toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.